Lees hier de volledige uitspraak (pdf, 4 pagina's)
Consument heeft gesteld dat hem slechts is medegedeeld dat deze boeterente kon wijzigen in verband met een wijziging van de rentestand. Consument heeft gesteld dat Adviseur tijdens een adviesgesprek de vergoeding voor vervroegde aflossing heeft berekend op € 7.627,- en daarbij niet heeft gevraagd naar de offerte van de lopende hypothecaire geldlening en de daarbij behorende voorwaarden.
Pas achteraf heeft Adviseur aangegeven dat de voorwaarden waaronder de lopende hypotheek was verstrekt ongebruikelijk waren. Het had op de weg van Adviseur gelegen Consument hierover eerder te informeren. Op het moment dat Consument op de hoogte werd gesteld van de werkelijke boete had hij zichzelf reeds verplicht tot aflossing van andere leningen over te gaan.
4.1: De Commissie oordeelt dat de rechtsverhouding tussen Adviseur en Consument dient te worden aangemerkt als een overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 Burgerlijk Wetboek (BW)). Uitgangspunt binnen die rechtsverhouding is dat Adviseur in zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht heeft te nemen, dat volgt uit artikel 7:401 BW. Die zorg is geobjectiveerd als de zorg die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur mag worden verwacht. Een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur beschikt over de nodige deskundigheid en vakkennis, behartigt de financiële belangen van zijn cliënten naar beste weten en kunnen en adviseert zijn cliënten zorgvuldig.
De Commissie overweegt dat de door Consument verschuldigde vergoedingsrente voor het vervroegd aflossen van de hypothecaire geldlening is geregeld in een tussen Consument en [Hypotheekverstrekker] gesloten overeenkomst. Consument dient van die afspraken als contractant op de hoogte te zijn. Van Adviseur mag daarbij evenwel worden verwacht dat hij Consument wijst op een mogelijke vergoedingsrente en de wijze waarop deze wordt berekend. Zonder in het bezit te zijn van de offerte en/of de voorwaarden van de lopende hypothecaire geldlening, heeft Adviseur de vergoedingsrente berekend en deze neergelegd in het hiervoor onder overweging 2.2 opgenomen Financieel Rapport. Uit dat document volgt niet dat deze vergoeding indicatief is en kan wijzigen.
Tijdens de hoorzitting heeft Consument erkend dat Adviseur hem in het adviesgesprek erop heeft gewezen dat de vergoedingsrente mogelijk later kon wijzigen in het geval de rente zou stijgen of dalen.
In de interne klachtprocedure heeft Adviseur erkend dat de stijging niet louter te wijten was aan een rentedaling bij [Hypotheekverstrekker]. De vergoedingsrente bleek hoger uit te vallen vanwege bijzondere voorwaarden die [Hypotheekverstrekker] hanteerde.
De informatie die Adviseur verstrekt aan Consument dient in ieder geval correct en duidelijk te zijn. Het Financieel Plan voldoet niet aan die eisen. Daaruit volgt niet dat de hoogte van de vergoedingsrente indicatief is. Naar het oordeel van de Commissie is het onder deze omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Adviseur aanspraak wil (blijven) houden op het honorariumbedrag van € 2.250,- dat aan Consument in rekening is gebracht. De Commissie oordeelt dat Adviseur daarvan € 500,- aan Consument dient terug te betalen.
Bron: Kifid
Boodschap is dan ook 'zorg voor adequate dossiervorming' en zorg dat adviesrapport 'lading dekt'.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99