MijnFintool

Nieuws

Beleidsbepalers van financiële ondernemingen ten onrechte heengezonden door AFM

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) deed in hoger beroep uitspraak over de opdracht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aan twee financiële ondernemingen die bemiddelen in verzekeringen en krediet om hun enige beleidsbepalers heen te zenden. Het CBb schrapt deze maatregel en draagt de AFM op om een nieuw besluit te nemen en hooguit te komen met een minder zware maatregel.

De AFM had de maatregel opgelegd omdat haar uit gegevens van de belastingdienst was gebleken dat de beleidsbepalers hun buitenlands vermogen niet bij de fiscus hadden opgegeven en zij niet hadden gemeld dat zij gebruik hadden gemaakt van de zogenoemde inkeerregeling.

Het CBb oordeelt dat de Belastingdienst deze gegevens niet aan de AFM had mogen verstrekken. De AFM mocht deze gegevens, toen zij daarover eenmaal beschikte, wel gebruiken. Op grond van deze gegevens heeft AFM kunnen vaststellen dat de betrouwbaarheid van de beleidsbepalers niet langer buiten twijfel staat en dus mocht AFM een maatregel opleggen. De maatregel van heenzending is volgens het CBb echter te zwaar.

De rechtbank Rotterdam had geoordeeld dat de heenzending van AFM van tafel moest, omdat AFM de gegevens van de Belastingdienst niet mocht gebruiken.

Uitspraken

1.3
AFM heeft de Belastingdienst op 20 juni 2012 een lijst toegezonden met alle beleidsbepalers van bij AFM onder toezicht staande instellingen, met onder meer het verzoek mee te delen welke beleidsbepalers bij de Belastingdienst bekend zijn als inkeerders. Inkeerders zijn natuurlijke personen die gebruik hebben gemaakt van de inkeerregeling die was opgenomen in de artikelen 67n en 69, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) en gold tot 1 januari 2010. De inkeerregeling, voor zover hier van belang, hield in dat geen vergrijpboete werd opgelegd of strafvervolging werd ingesteld indien een belastingplichtige alsnog een juiste en volledige aangifte deed van buitenlands vermogen waarover eerder ten onrechte geen fiscale opgave was gedaan.

1.4
De Belastingdienst heeft de gevraagde lijst op 20 juli 2012 aan AFM verstrekt. Verweerder staat op deze lijst vermeld als inkeerder. Op verzoek van AFM heeft de Belastingdienst op 10 december 2012 nadere stukken verstrekt, waaronder een op 21 december 2009 gedagtekende verklaring waarin verweerder heeft gemeld dat hij gerechtigd is (geweest) tot niet eerder aangegeven buitenlandse vermogensbestanddelen en hij de Belastingdienst heeft verzocht de inkeerregeling toe te passen, een door verweerder op 29 juni 2010 gedagtekende en ondertekende vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst, en een aan verweerder opgelegde navorderingsaanslag over 2005 van de Belastingdienst van 21 juli 2010 ten bedrage van € 12.846.

1.5
Bij besluit van 16 juli 2014 (het primaire besluit) heeft AFM verweerster een aanwijzing gegeven op grond van artikel 1:75, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) die, kort gezegd, inhoudt dat verweerster ervoor zorgdraagt dat verweerder binnen vijftig werkdagen niet langer fungeert als beleidsbepaler van verweerster (heenzending).

 

Bron: Rechtspraak.nl

Modules & dossiers

Opvoerdatum

23 feb 2017

Laatst gewijzigd

24 feb 2017

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1