Het CBb volgt de AFM in haar oordeel dat de betrouwbaarheid van de bestuurders niet langer buiten twijfel staat, maar vindt heenzending van de beleidsbepaler in deze specifieke gevallen onevenredig. Het CBb vraagt de AFM om over 10 weken een nieuw besluit te nemen en hooguit te komen met een minder zware maatregel. De AFM zal dit binnen 10 weken doen.
Het is voor het vertrouwen in en de integriteit van de financiële sector van groot belang dat de betrouwbaarheid van bestuurders buiten twijfel staat. De AFM is verheugd dat het CBb ook van mening is dat informatie over het gebruik maken van de inkeerregeling in de betrouwbaarheidstoets kan worden betrokken.
De AFM had in deze zaken geoordeeld dat de twee financiële ondernemingen hun beleidsbepaler moesten heenzenden, omdat hun betrouwbaarheid niet langer buiten twijfel stond. De beleidsbepalers hadden jaar in jaar uit een onjuiste aangifte gedaan en zijn uiteindelijk ingekeerd bij de Belastingdienst. Hiervan is geen melding gemaakt bij de AFM. Het CBb is van oordeel dat de AFM hiervoor een maatregel mocht opleggen.
Het CBb oordeelt dat de Belastingdienst destijds de gevraagde gegevens over beleidsbepalers die gebruik hadden gemaakt van de inkeerregeling op grond van de gehanteerde grondslag niet aan de AFM had mogen verstrekken. Echter, volgens het CBb kan niet worden gezegd dat de AFM deze informatie van de Belastingdienst op een onbehoorlijke wijze heeft verkregen. Daarmee mocht de AFM de gegevens – toen zij daarover eenmaal beschikte – gebruiken.
Overigens is met ingang van 1 januari 2016 de grondslag voor informatieverstrekking door de Belastingdienst aan de AFM aangepast, waardoor eventuele discussie over die grondslag weggenomen is.
Bron: AFM
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99