Bevestig uw aanmelding

U ontvangt nu een e-mailbericht van waaruit u uw aanmelding moet bevestigen. Zonder deze bevestiging ontvangt u niet dagelijks actuele en praktische informatie. Doe het gelijk even!

Stuur mij dagelijks actuele en praktische informatie
Bekijk alle diensten
22 mrt 2017 Nieuws

Pensioenleeftijd werknemers in 2016 niet gestegen

Voor het eerst in tien jaar is de gemiddelde leeftijd waarop werknemers met pensioen gaan niet gestegen. In 2016 was de pensioenleeftijd 64 jaar en 5 maanden, net als in 2015. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.
  • Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
  • Kennisbank met 1000+ artikelen
  • Rekenmodellen en downloads
  • Persoonlijk archief
  • Inclusief Permanent Actueel module!!

Begin deze eeuw lag de gemiddelde pensioenleeftijd rond 61 jaar. In 2007 begon die leeftijd te stijgen, onder invloed van regelgeving en wetswijzigingen die als doel hadden te bevorderen dat werknemers langer doorwerken. Het percentage werknemers die voor hun 65e met pensioen gaan is sindsdien gehalveerd. Ook de stelselmatige verhogingen van de AOW-leeftijd vanaf 1 januari 2013 hebben de pensioenuitstroom beïnvloed.

Stijging pensionering bij 65 jaar of ouder houdt aan

Het percentage werknemers die op het moment van pensionering 65 jaar of ouder zijn, wordt steeds groter. In de afgelopen tien jaar is dit percentage verviervoudigd van 15 procent in 2006 tot 62 procent in 2016. Tegelijkertijd is het aandeel werknemers die op jongere leeftijd dan 65 jaar met pensioen gaan gedaald.

66-jarigen nu tweede grootste groep pensioengangers

In 2006 was het grootste aantal werknemers dat met pensioen ging nog 60 jaar oud (ruim 20 duizend). Vanaf 2011 bestaat de grootste groep uit 65-jarigen. Die groep groeide naar 31 duizend in 2016. Het aantal 66-jarigen, dat vanaf 2014 sterker is toegenomen, vormt nu de tweede grootste groep met bijna 8 duizend pensioengangers. Het aandeel werknemers die tussen de 60e en 63e verjaardag met pensioen gaan, daalde in de afgelopen jaren sterk. In 2008 maakte die groep nog de overgrote meerderheid uit van alle pensioengangers (61 procent). In 2016 is dat nog 15 procent.

Pensioenleeftijd bij de overheid het laagst

In alle bedrijfstakken is tussen 2006 en 2016 de gemiddelde leeftijd waarop werknemers met pensioen gaan flink gestegen. Het meest, met ruim vijf jaar, steeg de gemiddelde pensioenleeftijd in de bedrijfstak vervoer, opslag en communicatie.
Werknemers in het openbaar bestuur en overheidsdiensten, onderwijs, en zorg gingen in 2016 het vroegst met pensioen (63 jaar en 7 maanden) . In de landbouw en visserij zijn werknemers gemiddeld het oudst als ze met pensioen gaan (67 jaar).

 

Bron: CBS

Lees ook…

Werken met een AOW

In een paper van Netspar laat men zien dat het aantal pensioengerechtigden dat doorwerkt in Nederland, nog zeer klein is. Desondanks ziet men wel een forse stijging in de arbeidsparticipatie van pensioengerechtigden. In de toekomst zou deze groep dus substantieel kunnen worden.

Verwachte AOW-leeftijd in 2040

In 2040 zal Nederland naar verwachting 3,9 miljoen inwoners in de AOW-gerechtigde leeftijd tellen, bijna 30 procent meer dan nu. Hierbij is rekening gehouden met de koppeling die door de overheid gelegd is tussen verhogingen van de AOW-leeftijd en de ontwikkeling van de levensverwachting. Er zullen dan 10,3 miljoen inwoners tussen de 20 jaar en de AOW-leeftijd zijn. Dat betekent dat er in 2040 dan 26 mensen in de werkende leeftijd (20+) op elke 10 AOW’er zullen zijn. Nu is die verhouding nog bijna 33 op de 10. Dat blijkt uit de nieuwste prognose van CBS.

Geen negatieve rentevergoeding bij waardeoverdrachten in 2017

Bij individuele wettelijke waardeoverdrachten is de overdragende pensioenuitvoerder rente verschuldigd aan de ontvangende pensioenuitvoerder (artikel 23 lid 4 van het Besluit Uitvoering Pensioenwet). Deze rentevergoeding is gebaseerd op het U-rendement. Voor 2017 is het U-rendement waarmee gerekend zou moeten worden negatief.

Premie-inkomsten AOW dekken slechts twee derde van de uitkeringen

In de praktijk worden er alleen voor het aanvullend pensioen reserves opgebouwd. De AOW wordt gefinancierd uit lopende middelen. Die middelen komen primair uit de AOW-premies, die worden betaald door alle belastingbetalers onder de pensioengerechtigde leeftijd. Deze premies zijn echter in steeds mindere mate toereikend. In 2014 dekten de premie-inkomsten (23 miljard) slechts twee derde van de AOW-uitkeringen (34 miljard). Dit komt omdat er door de vergrijzing steeds meer AOW-gerechtigden zijn, terwijl de hoogte van de AOW-premie wettelijk gemaximeerd is. Het tekort wordt aangevuld door de overheid uit de algemene middelen, waar elke belastingbetaler aan bijdraagt. Dit meldt CBS.

Voorlopige aangepaste premiestaffels bij pensioenrichtleeftijd van 68 jaar

De Belastingdienst heeft in een vraag & antwoord een voorlopige aangepaste premiestaffel gegeven.

In artikel 18a, achtste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst na het invoeren van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen) is bepaald dat de in artikel 18a, zesde lid, Wet LB genoemde pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd afhankelijk van de door het CBS vast te stellen ontwikkeling van de resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd. In artikel II, onderdeel B, van het besluit van 21 december 2016 tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen (Staatsblad 2016-549) is aangegeven dat de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 zal worden verhoogd naar 68 jaar.

Rubrieken

Dossiers

Opvoerdatum

22 mrt 2017

Laatst gewijzigd

22 mrt 2017

Adresgegevens

Fintool
Vlinderweg 2 | Unit 0.24
2623 AX Delft

Telefoon 085 - 111 89 99
Telefax 085 - 111 88 80
E-mail: info@fintool.nl

Fintool bv © 2003/2019. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.