Twee spaarders hebben een procedure aangespannen bij de rechtbank Gelderland. Zij zijn het niet eens met de belastingheffing in box 3 over hun spaargeld in 2014 . De belastingdienst veronderstelt dat ze 4% rente ontvangen van de bank op hun spaarrekening. Over dat bedrag moeten ze dan belasting betalen. De werkelijke rente is echter niet 4%. Veel spaarders krijgen nog maar 1 of hooguit 2% over het spaartegoed. De spaarders vinden het dus niet eerlijk dat de belastingdienst wel rekent met de 4%. Ze vinden dat ze te veel belasting moeten betalen.
De rechtbank Gelderland heeft uitspraak gedaan. De belastingdienst volgt de wet en daarin staat dat ze van 4% rente uit mogen gaan bij het berekenen van de heffing. Die wet is naar het oordeel van de rechtbank ook niet in strijd met internationale verdragen.
ECLI:NL:RBGEL:2017:1661
ECLI:NL:RBGEL:2017:1662
De rechtbank stelt voorop dat gelet op de hierboven genoemde jurisprudentie van het forfaitaire stelsel van box 3 niet kan worden gezegd dat het elke redelijke grond ontbeert. De ruime beoordelingsmarge die de wetgever op het terrein van het belastingrecht toekomt, maakt dat dit stelsel dan ook in beginsel niet in strijd is met artikel 1 EP. Dat heeft ook te gelden voor het ontbreken van een tegenbewijsmogelijkheid dat immers een wezenlijk onderdeel uitmaakt van dit forfaitaire stelsel. Aangezien het betreffende forfaitaire stelsel geen wijziging heeft ondergaan in de jaren 2011 (zie het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2016) tot en met 2014 (de onderhavige zaak) ziet de rechtbank geen redenen om in het onderhavige geval anders te oordelen.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99