De handhaving door de Belastingdienst is – behoudens bij kwaadwillenden – tot in ieder geval 1 januari 2018 opgeschort, mede om een onderzoek mogelijk te maken naar een herijking van de begrippen “gezagsverhouding” en “vrije vervanging”.
In de praktijk zijn er ondanks de opschorting van de handhaving nog steeds partijen die er prijs op stellen dat hun modelovereenkomst wordt beoordeeld. Uiteraard voldoet de Belastingdienst als service aan een dergelijke wens tot vooroverleg. Het aantal overeenkomsten dat nog in behandeling is is door de afnemende instroom en de doorlopende beoordeling door de Belastingdienst inmiddels gedaald tot 811 (stand 19 april 2017).
De Belastingdienst heeft inmiddels tien opdrachtgevers in het vizier. Voor een aantal van die tien opdrachtgevers geldt dat zij in de periode dat de VAR nog van toepassing was (dus vòòr 1 mei 2016) hun werkzaamheden zodanig hadden ingericht dat er feitelijk sprake was van een dienstbetrekking tussen hen en de opdrachtnemers. Door de vrijwarende werking van de VAR heeft de Belastingdienst in die situaties destijds niet kunnen handhaven. De Belastingdienst voert een feitenonderzoek uit, onder andere om vast te stellen of deze opdrachtgevers hun werkwijze inmiddels hebben aangepast en zo niet of zij voldoen aan de definitie van kwaadwillende. Het betreft zowel opdrachtgevers die aan het werk zijn met enkele opdrachtnemers als opdrachtgevers met een groter aantal opdrachtnemers.
Bij de analyse (Word, 1 pagina) van de omzetontwikkeling over de jaren 2011-2016 zijn in elk jaar belastingplichtigen geselecteerd die een winstaangifte voor de IB hebben gedaan en geen personeel hadden. De omzetcijfers zijn gebaseerd op hun btw-aangiften.
Met betrekking tot deze selectiemethode kan nog worden opgemerkt dat hiermee op zich geen volledig beeld van de omzet(ontwikkeling) van alle zzp’ers kan worden geschetst. Inherent aan de noodzakelijk gekozen methodiek ontbreekt in de eerste plaats in deze cijfers de omzet van de zogenoemde vrijgestelde prestaties voor de omzetbelasting. Deze omzet is immers vrijgesteld van btw en valt vanuit die optiek dan ook in deze selectiemethode buiten beeld. Hierbij valt te denken aan sectoren zoals de thuiszorg of het onderwijs. Of aan het omzetaandeel in de bouw waar de zogenoemde verleggingsregeling van toepassing is.
Daarnaast geldt dat op grond van de zogenoemde uitstelregeling nog niet alle aangiften inkomstenbelasting 2015 door de Belastingdienst zijn ontvangen. Daarmee ontbreekt in de gepresenteerde cijfers voor zowel 2015 als 2016 de groep startende ondernemers uit 2015 die nog geen IB-aangifte hebben gedaan. Hetzelfde geldt tevens voor de omzetcijfers over 2016 voor de startende zzp’er in 2016. Daarmee zijn de gepresenteerde cijfers voor 2015 en 2016 dus een wezenlijke onderschatting van zowel het aantal zzp’ers als hun omzet.
Bovendien past hierbij de kanttekening dat het totaalcijfers betreft, waarbij voor individuele zzp’ers sprake kan zijn van een omzetdaling.
Download: "Kamerbrief" (Word, 3 pagina's)
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99