In Nederland geldt op dit moment voor complexe producten de verplichting om een financiële bijsluiter op te stellen. Omdat veel van deze complexe producten straks onder het toepassingsbereik van de verordening vallen, zal deze verplichting komen te vervallen. Alleen voor derdepijlerpensioenproducten, welke expliciet zijn uitgesloten van het toepassingsbereik van de verordening, blijft nationaal de verplichting bestaan om een informatiedocument te verstrekken. Hiervoor is gekozen omdat derdepijlerpensioenproducten qua structuur, werking en te realiseren doel grote gelijkenis vertonen met de beleggingsproducten die onder de werking van de verordening vallen. Het informatiedocument voor derdepijlerpensioenproducten is qua vorm en inhoud gebaseerd op het essentiële-informatiedocument uit de verordening. Deze verplichting zal in het BGfo worden opgenomen.
Klik hier voor "interconsultatie besluit priips"
Download: "Conceptbesluit implementatie PRIIP's" (pdf, 11 pagina's)
Alle ondernemingen die verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten ontwikkelen, verkopen of hierin adviseren, zoals bijvoorbeeld aanbieders van beleggingsobjecten, adviseurs in beleggingsverzekeringen en derdepijlerpensioenproducten en ondernemingen die over deze beleggingsproducten reclame maken.
---------------------------------------------------------------------------------------------
Tegen de achtergrond van de manipulatie van benchmarks als LIBOR en EURIBOR, bevat de verordening maatregelen om het totstandkomingsproces en het gebruik van benchmarks te reguleren om de integriteit, de betrouwbaarheid en de geschiktheid van financiële benchmarks te verbeteren.
Ten eerste wordt het bestaande beroepsverbod van artikel 1:87 Wft aangepast. Toezichthouders hebben op grond van dit artikel de mogelijkheid om personen tijdelijk de bevoegdheid te ontzeggen om bepaalde functies uit te oefenen in financiële ondernemingen of marktexploitanten. Op grond van de verordening dient de toezichthouder ook personen de bevoegdheid te kunnen ontzeggen om bepaalde functies in een beheerder van een benchmark te vervullen.
Ten tweede wordt overtreding van twee bepalingen uit de verordening strafbaar gesteld, namelijk de plicht voor marktpartijen om alleen benchmarks te gebruiken die volgens de regels van de verordening tot stand zijn gekomen en de vergunningplicht voor een beheerder van benchmarks. Benchmarks die in overeenstemming met de verordening tot stand zijn gekomen, worden geacht bestand te zijn tegen manipulatie. Overtreding van de plicht om alleen dergelijke benchmarks te gebruiken, vormt daarmee een schending van het hoofddoel van de verordening. Strafrechtelijke handhaving is passend in die situatie. Met het strafbaar stellen van de vergunningplicht wordt aangesloten bij de bestaande praktijk: schending van de vergunningplichten uit de Wft is reeds strafbaar.
Klik hier voor "internetconsultatie Wet benchmarks"
Downloads:
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99