Download: "Besluit" (pdf, 16 pagina's)
Hiervoor wordt gekozen omdat een pensioenadviseur op grond van de Wft dient te beschikken over de benodigde kennis en vaardigheden om de verschillende pensioenproducten waarover geadviseerd kan worden met elkaar te vergelijken en te komen tot een passend advies. De kennis en vaardigheden dienen daarom niet alleen te zien op advies over een pensioenverzekering of een premiepensioenvordering, die nu al onder de diplomaplicht vallen, maar ook op andere pensioenproducten waarover een klant advies kan vragen zoals een (recent geïntroduceerde) APF of het vrijwillig aansluiten bij een bedrijfstakpensioenfonds.
De verplichting om te voldoen aan de vakbekwaamheidseisen, opgenomen in artikel 4:9, tweede lid, van de Wft, wordt met deze wijziging niet uitgebreid. De normadressant blijft de financiëledienstverlener in de zin van de Wft. Een onderneming kwalificeert als financiëledienstverlener indien deze bijvoorbeeld adviseert over een ander financieel product dan een financieel instrument, zoals een pensioenproduct. Omdat APF’s en bedrijfstakpensioenfondsen doorgaans niet zelf adviseren zullen zij in de regel niet vallen onder deze verplichting. Medewerkers van deze ondernemingen hoeven in dat geval dan ook niet te beschikken over Wft-diploma’s.
In artikel 10 van het BGfo is geregeld dat bepaalde adviseurs tevens vakbekwaam zijn te adviseren over bepaalde onderwerpen indien gecombineerd met het onderwerp waarop het diploma betrekking heeft. Dit is nader uitgewerkt in tabel 2 van dit artikel. Aan deze tabel wordt de adviseur pensioen toegevoegd. Bij de ontwikkeling van de Wft-module Pensioen is reeds rekening gehouden met het feit dat een pensioenadviseur advies zou moeten kunnen geven over arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, werkloosheidsverzekeringen en overlijdensrisicoverzekeringen. De eind- en toetstermen die hierop betrekking hebben zijn om die reden in de Wft-module Pensioen opgenomen. Omdat de pensioenadviseur niet in tabel 2 was opgenomen mocht de pensioenadviseur echter enkel over arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, werkloosheidsverzekeringen of overlijdensrisicoverzekeringen adviseren indien gecombineerd met een advies over vermogen (in zijn hoedanigheid als adviseur vermogen).
Het besluit treedt in werking op 1 juli 2017 met uitzondering van de wijziging die ziet op de wijziging van artikel 10 van het BGfo die regelt dat de adviseur pensioen mag adviseren over bijkomende onderwerpen.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99