De Commissie oordeelt dat sprake is van oneigenlijke dwaling zijdens de Bank. Doordat haar wil niet overeenstemde met hetgeen zij verklaarde, is geen overeenkomst tot stand gekomen.
"Doordat de wil van de Bank niet heeft overeengestemd met wat zij verklaarde, komt derhalve in beginsel geen overeenkomst tot stand.
4.3
Niettemin is de Bank gehouden aan wat zij verklaard heeft, wanneer Consument er in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de verklaring overeenstemde met de wil van de Bank (artikel 3:35 BW). Gerechtvaardigd vertrouwen wordt onder meer niet aangenomen wanneer Consument, gelet op de omstandigheden van het geval, behoorde te twijfelen aan de verklaring van de Bank .
Naar het oordeel van de Commissie mocht Consument er niet zonder meer vanuit gaan dat de Bank geen vergissing maakte in haar aanbod van 12 augustus 2016. Dit volgt uit de hiervoor in overweging 2.2 aangehaalde tekst uit dat aanbod. De Bank heeft daarin enerzijds meerdere malen gewezen op een in rekening te brengen boete voor het openbreken van het rentecontract, doch deze anderzijds op nihil gesteld in haar berekening.
Gelet op deze omstandigheden had het op de weg van een normaal geïnformeerde Consument gelegen nader onderzoek te verrichten, bijvoorbeeld door telefonisch contact met de klantenservice van de Bank op te nemen. Doordat Consument onderzoek heeft nagelaten, kon Consument er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat de Bank in dit geval ook werkelijk geen boeterente in rekening zou brengen.
Het voorgaande brengt mee dat, anders dan Consument blijkbaar meent, de Bank als aanbieder niet altijd en zonder meer gebonden is aan haar aanbod."
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99