Uit het klachtdossier is niet gebleken dat de verzekering met een ander doel dan algemene vermogensgroei is afgesloten. Het dossier bevat verder geen aanwijzingen op grond waarvan de adviseur had moeten vermoeden dat verzkeringnemer de laatste drie maanden voor het einde van de looptijd van de verzekering niet meer het beleggingsrisico wenste te lopen dat zij de daaraan voorafgaande 20 jaren zonder enig bezwaar had gelopen.
Consument heeft geen vragen aan zijn adviseur gesteld waaruit zou blijken dat zij het bedrag dat in de expiratiebrief genoemd was, wenste te behouden en dat zij verder geen, althans minder, koersrisico wenste te lopen.
Een algemene verplichting om Consument te wijzen op de verschillende mogelijkheden binnen de verzekering tot het zoveel mogelijk veiligstellen van
het in de brief d.d. 17 december 2015 genoemde expiratiekapitaal, bestaat niet.
De zorgplicht van de assurantietussenpersoon gaat ten slotte niet zo ver dat deze verzekeringnemer op eigen initiatief moet informeren dat deze de verzekering drie maanden voor de expiratiedatum nog kan wijzigen, zodat eventueel koersverlies - de koers kan na het verzenden van de expiratiebrief immers ook nog stijgen - zoveel mogelijk wordt uitgesloten.
De omstandigheid dat de door Consument gekozen belegging meer of minder risicovol kan zijn, maakt dit niet anders.
De conclusie is dat niet is komen vast te staan dat Tussenpersoon zijn zorgplicht heeft geschonden. De Commissie wijst de vordering van Consument daarom af.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99