MijnFintool

Nieuws

In algemene voorwaarden genoemde jaarstermijn niet altijd redelijk

Kifid heeft een uitspraak gedaan over de vraag of de Bank zich in onderhavig geval redelijkerwijs heeft mogen beroepen op de in de algemene voorwaarden genoemde jaarstermijn.

Volgens de toepasselijke voorwaarden mocht Consument binnen een jaar na overlijden van haar echtgenoot de hypothecaire geldlening boetevrij aflossen. Door omstandigheden is dit Consument niet gelukt en bracht de geldverstrekker bij de latere algehele aflossing boeterente in rekening.

Beslissing

De Commissie meent dat de Bank ogv hetgeen is bepaald in art. 6:248 lid 2 zich in redelijkheid niet op deze termijn heeft mogen beroepen. Dat brengt mee dat de vergoeding voor vervroegde aflossing ten onrechte in rekening is gebracht en aan Consument terugbetaald dient te worden.

Historisch verloop

Op 19 juni 2014 is de echtgenoot van Consument overleden.

Het testament van wijlen de echtgenoot van Consument gaat uit van een quasi wettelijke verdeling.  

De echtgenoot van Consument was mede-eigenaar van een fysiotherapie-praktijk. De aandelen moesten worden verkocht alvorens de notaris een akte van verdeling kon opmaken.  

In juni 2015 is de verkoop van de aandelen in de fysiotherapie-praktijk afgewikkeld.

In juni 2015 heeft Consument een ongeval gehad en heeft zij tot en met september 2015 moeten revalideren.

In oktober 2015 heeft Consument de Bank vervolgens verzocht de hypothecaire geldlening op haar naam te zetten. De Bank diende hiervoor de erven uit de hoofdelijkheid te ontslaan. In dat kader hebben er gesprekken tussen Consument en de Bank plaatsgevonden. De financiële situatie van Consument diende op dat moment opnieuw beoordeeld te worden. Zij had naar het oordeel van de Bank niet voldoende draagkracht de lasten van de hypothecaire geldlening zelfstandig te dragen.

Aangezien Consument niet wilde dat haar kinderen hoofdelijk aansprakelijk bleven voor de hypothecaire geldlening heeft zij uiteindelijk besloten de hypothecaire geldlening volledig af te lossen. Op 9 juli 2016 heeft zij dit aan de Bank medegedeeld.

Omdat de aflossing niet binnen een jaar na overlijden heeft plaatsgevonden, heeft de Bank een vergoeding wegens vervroegde aflossing in rekening gebracht ten bedrage van € 4.942,62-.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Bron: Kifid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

20 jun 2017

Laatst gewijzigd

20 jun 2017

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1