Lees hier de volledige uitspraak (pdf, 4 pagina's)
De Commissie stelt dat niet kan worden gezegd dat de tussenpersoon in deze concrete situatie op onrechtmatige wijze heeft gehandeld jegens Consument.
Een andere grond om de gegevens door te geven kan evenwel gelegen zijn in de uitvoering van een overeenkomst. In dit geval, waarbij de Hypotheker als tussenpersoon heeft gefungeerd bij de totstandkoming van de hypothecaire geldlening tussen Consument en de geldverstrekker, is daarvan naar het oordeel van de Commissie sprake.
In het kader van de tussen partijen bestaande overeenkomst van opdracht tot bemiddeling bij verkrijging van hypothecaire financiering moet er namelijk van worden uitgegaan dat de Hypotheker gerechtigd was persoonsgegevens van Consument te delen met beoogde geldverstrekker(s) ten einde aan haar taak als bemiddelaar uitvoering te kunnen geven. Een (beoogd) geldverstrekker dient immers op grond van zodanige gegevens een potentiële klant te beoordelen om zo mogelijk te accepteren. Daarmee is de vereiste toestemming gegeven.
Nu de Hypotheker geslaagd is in haar bemiddeling en de geldverstrekker daadwerkelijk een financiering aan Consument heeft verstrekt en Consument zich tot de Hypotheker in zijn rol als bemiddelaar heeft gewend met het verzoek om bij de (voormalig) geldverstrekker informatie op te vragen, mocht de Hypotheker er van uit (blijven) gaan dat daarmee ook de toestemming voor het verstrekken van persoonsgegevens op basis van de bestaande dienstverleningsverleningsovereenkomst was verleend.
Om die reden kan niet worden gezegd dat de Hypotheker in deze concrete situatie op onrechtmatige wijze heeft gehandeld, hoe vervelend de gevolgen voor Consument ook zijn (geweest).
De Commissie wijst de vordering van de consument af.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99