Zij zijn ongehuwd en zijn geen notarieel samenlevingscontract aangegaan. Zij hebben beide woningen gedurende een aantal jaren in fasen verbouwd, waarbij zij steeds hebben gewoond in delen van beide woningen die op dat moment niet werden verbouwd. Op de zolder bevindt zich thans de gezamenlijke slaapkamer en de gezamenlijke badkamer. De gezamenlijke keuken is op de eerste verdieping geplaatst. In de bovenwoning is een nieuwe centrale verwarming aangelegd. Op tot de stukken behorende foto’s van de benedenwoning zijn onder meer te zien een bakfiets, racefietsen, een kinderwagen en een ruimte waarin de wasmachine staat en een toegangsdeur naar de tuin is te zien.
De boven- en benedenwoningen maken respectievelijk 165/285 en 120/285 aandeel uit in de gemeenschap waartoe beide woningen behoren. Belastingplichtige en zijn vriendin hebben ten behoeve van de aankopen afzonderlijke hypothecaire geldleningen afgesloten.
10. Blijkens het bepaalde in artikel 3.111, eerste lid, van de Wet IB 2001 wordt onder eigen woning verstaan, voor zover van belang:
“(…) een gebouw (…) voorzover dat de belastingplichtige of personen die behoren tot zijn huishouden anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat op grond van:
a. eigendom, waaronder begrepen economische eigendom, of een recht van lidmaatschap van een coöperatie, indien met betrekking tot die woning de belastingplichtige of zijn partner de voordelen geniet, de kosten en lasten op de belastingplichtige of zijn partner drukken en de waardeverandering de belastingplichtige of zijn partner grotendeels aangaat;”
Nu de Wet IB 2001 geen nadere bepalingen voor de afbakening van de eigen woning bevat en daarin evenmin een verwijzing is opgenomen naar de objectafbakeningsregels van de Wet WOZ of naar in enige basisregistratie vastgelegde gegevens, zal de rechtbank bij de beoordeling alle omstandigheden van het geval betrekken.
De rechtbank acht belastingplichtige - gelet op zijn uitvoerige toelichting en op de overgelegde stukken - erin geslaagd aannemelijk te maken dat de benedenwoning en de bovenwoning gedurende het gehele jaar 2013 gezamenlijk als één woning werden gebruikt voor het gezamenlijke huishouden van belastingplichtige en zijn vriendin. Hieruit valt immers af te leiden dat de zolderverdieping een was- en slaapfunctie, de eerste etage een kook- en verblijfsfunctie en de begane grond een opslagfunctie heeft gekregen.
De benedenwoning en de bovenwoning moeten tezamen als één eigen woning in de zin van artikel 3.111, eerste lid, onderdeel a van de Wet IB 2001 worden aangemerkt.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99