De belastingplichtige heeft naast de eigenwoningrente de kosten van een renteswapovereenkomst in aftrek willen brengen op zijn belastbare inkomen. De Inspecteur heeft deze bedragen (kosten renteswap) niet in aftrek toegelaten.
Het Hof heeft overwogen dat die leningen en de swapovereenkomsten, in overeenstemming met zowel de bedoeling van partijen als de wijze waarop partijen feitelijk aan die bedoelingen uitvoering hebben gegeven, in onderling verband en samenhang moeten worden bezien. Daarvan uitgaande heeft het Hof geoordeeld dat de swapovereenkomsten bewerkstelligen dat jaarlijks een vaste rente (4,8 percent) is verschuldigd. Deze vaste rente is naar het oordeel van het Hof te rekenen tot de aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning in de zin van artikel 3.120, lid 1, aanhef en letter a, Wet IB 2001.
Tot de aftrekbare kosten van een eigen woning behoren ingevolge artikel 3.120, lid 1, aanhef en letter a, Wet IB 2001 (tekst 2009 tot en met 2011) de renten van schulden, de kosten van geldleningen daaronder begrepen, die behoren tot de eigenwoningschuld.
Onder het begrip ‘renten van schulden’ moet in dit verband worden verstaan hetgeen tussen de geldgever en de geldnemer is overeengekomen als vergoeding voor het gedurende de looptijd van de geldlening ter beschikking stellen van een hoofdsom.
Tot de kosten van geldleningen in de zin van artikel 3.120, lid 1, aanhef en letter a, Wet IB 2001 kunnen uitsluitend worden gerekend de kosten die rechtstreeks voortvloeien uit het opnemen, verlengen of aflossen van de eigenwoningschuld. Hiertoe behoren onder andere taxatiekosten, afsluitprovisies en hypotheekaktekosten.
De door belanghebbende in het kader van de swapovereenkomsten betaalde bedragen zijn geen vergoeding voor het ter beschikking stellen van een hoofdsom en zijn dus op zichzelf bezien niet aan te merken als rente van geldleningen.
Belanghebbende is de swapovereenkomsten aangegaan in samenhang met de herfinanciering van zijn eigenwoningschuld. De partijen bij die herfinanciering hebben die samenhang ook bedoeld. Deze omstandigheden bieden echter onvoldoende grond om de door belanghebbende op de renteswaps betaalde vergoedingen als rente in aanmerking te nemen. De tekst en strekking van artikel 3.120, lid 1, aanhef en letter a, Wet IB 2001 bieden, anders dan het Hof kennelijk voor ogen heeft gestaan, onvoldoende steun voor een dergelijke benadering, waarbij de geldlening en de daarmee samenhangende swapovereenkomsten voor de toepassing van deze bepaling als één geheel zouden worden beschouwd.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99