Lees hier de volledige uitspraak.
Onder omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer de bank adviseert over een complex of ondoorzichtig product, waarbij de cliënt grote financiële risico’s loopt, kan op de bank een bijzondere (verzwaarde) zorgplicht rusten. Nu niet is gebleken dat aan de Hypotheek bijzondere voorwaarden verbonden zijn, waardoor de reikwijdte van de zorgplicht moet worden opgerekt, stelt de rechtbank vast dat op de Rabobank geen verzwaarde, maar een algemene zorgplicht rust. Deze zorgplicht wordt (onder meer) nader ingevuld door de regels 5 en 7 van de Gedragscode.
Consument heeft niet aan kunnen tonen dat het uitgangspunt bij de financieringsaanvraag is geweest dat hij hoe dan ook (dus ook bij forse inkomensachteruitgang) voor de rest van zijn leven, of in ieder geval tot 1 februari 2024, in de woning zou kunnen blijven wonen. Integendeel: het uitgangspunt is kennelijk een financieel plan geweest, dat zag op een verzekerd tandartsinkomen tot 55 jaar, hetgeen in die tijd niet ongebruikelijk was, zoals de Rabobank onweersproken heeft gesteld. [eisers c.s.] wist, althans kon weten, dat in geval van arbeidsongeschiktheid de financieringslast vanaf 55 jarige leeftijd, afhankelijk van de omstandigheden op dat moment, mogelijk niet langer op te brengen zou zijn en dat hij in die situatie de echtelijke woning mogelijk zou moeten verkopen. Het feit dat dit voorzienbare risico zich heeft voorgedaan, en [eisers c.s.] achteraf beschouwd beter af zou zijn geweest met een (duurdere) AOV met een langere looptijd, brengt uiteraard niet mee dat sprake is van een schending van enige zorgplicht.
4.10.) De stelling dat de Rabobank bij het verstrekken van de Hypotheek haar zorgplicht heeft geschonden kan dan ook niet slagen.
4.11.) Op grond van regel 7 van de Gedragscode had het op de weg van de Rabobank gelegen om eens per drie jaar contact op te nemen met consument om de financiering te herbeoordelen. De Rabobank heeft dit niet gedaan. Voor zover de Rabobank daarmee haar zorgplicht heeft geschonden, is echter niet gebleken dat de door [eisers c.s.] gestelde schade niet was ingetreden als de Rabobank gedragsregel 7 wel was nagekomen.
4.13.) Bovendien heeft consument onvoldoende gesteld dat als hij een advies om zijn AOV te verlengen had gekregen, hij dat ook zou hebben opgevolgd. Het verlengen van de looptijd van de AOV zou immers een hogere premie teweeg hebben gebracht en consument heeft niet, althans onvoldoende gesteld dat hij liever een premieverhoging zou hebben betaald, dan het risico te lopen dat hij zijn hypotheeklasten op enig moment (in de toen nog verre toekomst) niet meer zou kunnen betalen.
4.14.) De stelling dat de Rabobank haar zorgplicht heeft geschonden door te verzuimen de financiering na drie jaar te herbeoordelen kan daarom niet tot aansprakelijkheid van de Rabobank leiden.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99