Het staat een gerechtsdeurwaarder vrij om met zijn opdrachtgever een tarief af te spreken, dat hij voor zijn werkzaamheden in rekening zal brengen. Dat tarief is aan vrije onderhandeling onderworpen. In deze zaak is gerechtsdeurwaarder met zijn opdrachtgever, de vader, overeengekomen dat hij een tarief van 5 procent van de uit handen gegeven hoofdsom zou berekenen. Ten aanzien van zijn opdrachtgever is hem dat toegestaan. De vraag is echter of hij datzelfde tarief aan klagers in rekening mocht brengen. De klacht ziet erop dat dit tarief in dit geval buitenproportioneel is.
Op zichzelf is het gehanteerde percentage fors lager dan het gebruikelijke incassotarief van 15 procent. Het gaat hier echter om een aan de schuldenaren (klagers) in rekening gebrachte hoofdsom (inclusief rente) van € 306.400,-. De door gerechtsdeurwaarder in het exploot van betekening en bevel aan klagers in rekening gebrachte invorderingskosten beliepen zodoende € 18.537,20 (inclusief BTW).
De gerechtsdeurwaarder voert aan dat dit geen onredelijke vergoeding oplevert en heeft daarvoor verwezen naar zijn eigen algemene voorwaarden, waarin 15 procent incassokosten het uitgangspunt is. Bovendien heeft hij verwezen naar de tarieven van de zogenaamde afwikkelingskosten, die gerechtsdeurwaarders aan advocaten en deurwaarders in rekening brengen. Die afwikkelingskosten variëren naar gelang de hoofdsom van 3 tot 6 procent. De gerechtsdeurwaarder gaat daarbij eraan voorbij dat dit tarieven zijn die tussen een gerechtsdeurwaarder en zijn opdrachtgever gelden. Hier is echter de vraag wat een gerechtsdeurwaarder aan de schuldenaar, in dit geval klagers, in rekening mag brengen.
Op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek komen de redelijke incassokosten voor rekening van de schuldenaar. Wat redelijk is, in de zin van deze bepaling, is vastgelegd in het vanaf 1 juli 2012 geldende Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: BIK).
De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten die op grond van artikel 2 BIK wordt berekend, geldt als maximale vergoeding die in rekening mag worden gebracht voor de verrichte incassohandelingen ter voldoening van een vordering. Deze vergoeding omvat alle incassohandelingen. In het onderhavige geval zouden de incassokosten volgens het BIK € 3.307,- bedragen. In dit kader moet inderdaad de conclusie zijn dat de door gerechtsdeurwaarder aan klagers in rekening gebrachte invorderingskosten van € 18.537,20 dermate buitenproportioneel zijn, dat het in rekening brengen daarvan aan klagers tuchtrechtelijk laakbaar is.
Het klachtonderdeel is daarom gegrond.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99