Download 'Nota van wijziging MiFID II' (pdf, 27 pagina's)
Voorts wordt het wetsvoorstel gewijzigd, zodat in de Wet op het financieel toezicht (Wft) wordt bepaald dat bij individueel vermogensbeheer de beleggingsonderneming periodiek een (bijgewerkte) geschiktheidsverklaring dient te verstrekken aan de niet-professionele belegger waarin wordt ingegaan op de manier waarop de belegging nog beantwoordt aan de voorkeuren, doelstellingen en andere kenmerken van de niet-professionele belegger.
Op grond van artikel 4:23, derde lid, dient een beleggingsonderneming die een niet-professionele belegger adviseert een geschiktheidsverklaring te verstrekken aan de belegger op een duurzame drager (de geschiktheidsverklaring dient te worden verstrekt ongeacht of het advies leidt tot het verrichten van een transactie). Indien wordt geadviseerd om een bepaalde transactie te verrichten, dient de geschiktheidsverklaring in ieder geval voorafgaand aan de transactie te worden verstrekt. In de geschiktheidsverklaring wordt het advies gespecificeerd (bijvoorbeeld een toelichting op de overwegingen die ten grondslag liggen aan het advies) en wordt aangegeven hoe het advies aan de voorkeuren, beleggingsdoelstellingen en andere kenmerken van de niet-professionele belegger beantwoordt.
Bij andere kenmerken van de belegger dient in ieder geval te worden gedacht aan de kennis en ervaring van de belegger en de risicobereidheid. In het vierde lid wordt bepaald dat bij individueel vermogensbeheer de beleggingsonderneming periodiek een (bijgewerkte) geschiktheidsverklaring dient te verstrekken aan de niet-professionele belegger waarin wordt ingegaan op de manier waarop de belegging nog beantwoordt aan de voorkeuren, doelstellingen en andere kenmerken van de niet-professionele belegger.
Het vijfde lid verwerkt artikel 25, tweede lid, tweede alinea, laatste volzin, van MiFID II en bepaalt dat de geschiktheidstoets door een beleggingsonderneming ook dient te worden uitgevoerd indien sprake is van het adviseren of beheren van een individueel vermogen in combinatie met een andere financiële dienst of financieel product. De beleggingsonderneming dient in een dergelijk geval ook de geschiktheid te beoordelen van de gehele dienstverlening respectievelijk de geschiktheid van de combinatie van de financiële dienst en het financieel product.
Overtreding van de regels die zijn opgenomen in de uitvoeringsverordening betekent veelal dat daarmee ook het desbetreffende artikel van de Wft is overtreden. Bijgevolg kan de AFM bij overtreding van de in de uitvoeringsverordening opgenomen regels op grond van de Wft handhavend optreden.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99