Momenteel bouwen werknemers de eerste tien jaar een maand ww per gewerkt jaar op, daarna een halve maand per gewerkt jaar, tot maximaal 24 maanden. Eerder was dit een maand per gewerkt jaar tot een maximum van 38 maanden.
De werkgevers en werknemers stemden in 2013 bij het sociaal akkoord met deze versobering in waarbij ze afspraken dat ze zelf de mogelijkheid zouden krijgen om per sector de ww-rechten aan te vullen tot de oorspronkelijke duur van maximaal 38 maanden. De aanvulling van de ww verloopt via een bovensectoraal fonds van de werkgevers en werknemers. De aanpassing van het Besluit fondsen en spaarregelingen waar de ministerraad nu mee heeft ingestemd maakt de oprichting van zo’n fonds mogelijk.
De maatregel treedt in werking na publicatie in de Staatscourant.
Meer informatie over de uitvoering van de ww-aanvulling en over het private fonds is te vinden bij de Stichting Private aanvulling WW: www.spaww.nl.
Bron: Rijksoverheid
Jaar | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 |
Bijdrage | 0,10% | 0,20% | 0,30% | 0,40% | 0,50% | 0,60% |
De bijdrage voor 2017 en 2018 staan vast, de daaropvolgende jaren betreffen ramingen. Afgesproken is dat de geldelijke bijdrage in enig jaar het percentage van 0,75% niet te boven zal gaan
Lees hier de volledige brief van Stichting van de Arbeid (pdf, 8 pagina's)
De bijdrage wordt door werkgevers op het brutoloon ingehouden. Daarbij geldt een maximumbedrag voor de bijdragegrondslag dat gelijk is aan het in enig jaar geldende maximum premieloon (ook wel maximum dagloon genoemd) voor de wettelijke werknemersverzekeringen (anno 2017 € 53.701 op jaarbasis). Over de uitkering zal loonbelasting worden ingehouden door de Stichting PAWW zodat de zogenoemde ‘omkeerregel’ van toepassing is die ook voor de wettelijke werknemersverzekeringen en het overgrote deel van pensioenuitkeringen geldt.
Bron: Stichting van de Arbeid
25/9/2017, update, zie download publicatie
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99