De toename van de schulden van huishoudens komt doordat zij in het tweede kwartaal meer woninghypotheken afsloten dan aflosten. De niet-hypothecaire schulden daalden iets. De studieschulden namen iets toe, maar de overige niet-hypothecaire schulden, waaronder het consumptief krediet, daalden.
Na september 2014 zijn de schulden van de huishoudens gestegen, na een periode van daling. De stijging betreft vooral woninghypotheken. De woninghypotheekschuld liep op van 649 miljard euro eind september 2014 naar 669 miljard euro eind juni 2017. De niet-hypothecaire schulden stegen in dezelfde periode van 88,5 miljard euro naar 91 miljard euro. De studieschulden stegen, maar andere niet-hypothecaire schulden, waaronder het consumptief krediet, namen af.
Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is in het in het tweede kwartaal van 2017 met 2,1 procent gestegen, evenveel als in het eerste kwartaal. Het inkomen steeg vooral doordat meer mensen aan het werk waren.
De groei van het inkomen is vooral een gevolg van de stijgende beloningen van werknemers. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2016 namen deze beloningen toe met 4 procent (3,4 miljard euro). De beloningen stegen vooral door groei van het aantal banen (met 196 duizend). Het loon per arbeidsjaar bleef met een toename van 0,5 procent achter bij de CAO-loonontwikkeling van 1,4 procent.
Ook inkomsten uit productieactiviteiten van zelfstandigen droegen bij aan het inkomen. Deze inkomsten stegen met 8 procent (1,2 miljard euro). De grootste groei was er bij de veehouderij, de bouw, detailhandel, horeca en bij adviesbureaus. Verder zijn de inkomsten uit woondiensten, de toegerekende huren van woningeigenaren, toegenomen (0,9 miljard euro). Woningeigenaren behalen een economisch voordeel doordat ze geen huur betalen maar wel woondiensten consumeren. Deze woondiensten worden ook tot de inkomsten uit productieactiviteiten gerekend.
Bron: CBS
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99