Bevestig uw aanmelding

U ontvangt nu een e-mailbericht van waaruit u uw aanmelding moet bevestigen. Zonder deze bevestiging ontvangt u niet dagelijks actuele en praktische informatie. Doe het gelijk even!

Stuur mij dagelijks actuele en praktische informatie
Bekijk alle diensten
12 okt 2017 Nieuws

Kamervragen begrotingsstaten van Wonen en Rijksdienst

Lijst van vragen en antwoorden (141 stuks) op de schriftelijke Kamervragen van de Tweede Kamer over de Vaststelling van de begrotingsstaten van Wonen en Rijksdienst (XVIII) voor het jaar 2018. Naast vragen over huurwoningen wordt ook ingegaan op NHG / Hypotheekrenteaftrek, restschulden, Loan to Value, etc. Hieronder een selectie.
  • Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
  • Kennisbank met 1000+ artikelen
  • Rekenmodellen en downloads
  • Persoonlijk archief
  • Inclusief Permanent Actueel module!!

Volgens de meest recente gegevens, uit het eerste kwartaal van 2017, staat 14,8 procent van de huishoudens met een hypotheek ‘onder water’. Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van het percentage onderwaterhypotheken sinds 2013. (bron: divisie FS van DNB, voorlopige berekeningen op basis van loan level data).

Periode Percentage hypotheken onder water [verkort overzicht]
2013 Q1 36,10%
2014 Q1 31,90%
2015 Q1 28,20%
2016 Q1 22,50%
2017 Q1 14,80%

Vraag 39 (WOZ)
Hoe kan het dat de WOZ-waarde en de taxatiewaarde van een woning vaak enorm uiteen lopen? Is hiervan een overzicht op het niveau van de woningmarktregio?
Antwoord:
De reden dat de WOZ-waarde en de taxatiewaarde kunnen verschillen is dat deze op een andere wijze worden bepaald.
Een fysieke taxatie wordt uitgevoerd door een taxateur. Deze bezoekt de woning om de waarde te beoordelen. De WOZ-waarde wordt door gemeenten vastgesteld. Gemeenten houden hiervoor verkoopprijzen en woningkenmerken bij. Op basis van deze gegevens wordt middels een modelmatige waardebepaling de marktwaarde van een woning vastgesteld. Daarnaast ligt de waardepeildatum voor de WOZ-waarde in het verleden, namelijk op 1 januari van het voorgaande jaar.

Vraag 40 (Kifid)
Hoeveel klachten zijn er, per jaar, de afgelopen jaren ingediend bij het Kifid aangaande hypotheekverstrekkers? En hoeveel over hypotheekadviseurs/intermediairs? In hoeveel procent van die gevallen is er in het voordeel van de klant besloten?
Antwoord:
Uit het jaarverslag 2016 van het Kifid blijkt dat er in 2015 1.465 klachten zijn ingediend over hypothecaire financieringen. In 2016 waren dat er 1.620. Het Kifid splitst deze cijfers niet verder uit naar het type hypotheekverstrekker waar de klachten betrekking op hadden. Het Kifid heeft in 2016 1.025 behandelbare zaken met betrekking tot hypothecaire zaken afgehandeld, waarbij de consument in 87 gevallen (ten dele) in het gelijk is gesteld. In 316 gevallen is het Kifid tot een bemiddelingsresultaat/ schikking tussen beide partijen gekomen.

Vraag 41 (Aftrekpost)
Hoeveel belastingvoordeel is er in totaal genoten door de aftrekbaarheid van advieskosten voor hypotheekadvies?

Antwoord:
Het geraamde budgettaire belang van de aftrek van financieringskosten voor de eigen woning in 2017 is € 280 mln. In 2018 is dit bedrag geraamd op € 250 mln. (bijlage 6 van de Miljoenennota). Een deel hiervan bestaat uit advieskosten. Er is geen verdere uitsplitsing van deze post beschikbaar.

Vraag 53 (LTV)
Hoe zal de loan to value zich ontwikkelen na 2018?

Antwoord:
De maximale Loan-to-Value (LTV) wordt in 2018 verlaagd naar 100 procent, van 101 procent in 2017. Dit is conform het eerder vastgelegde afbouwpad. Zoals eerder aangegeven in reactie op het advies van het Financiële Stabiliteitscomité is het aan het nieuwe kabinet om hier eventueel ander over te besluiten.

Vraag 54 (Aftrekpost)
Welke effecten worden bedoeld met de verlaging van de hypotheekrenteaftrek? Is er onderzoek gedaan naar de effecten hiervan?

Antwoord:
Deze zin in de beleidsagenda slaat terug op de effecten van het totale pakket van maatregelen dat genoemd staat in de betreffende paragraaf, waaronder de geleidelijke verlaging van het maximale tarief van de hypotheekrenteaftrek. De belangrijkste effecten zijn een stabielere woningmarkt en meer verantwoorde niveaus van de hypotheekschulden van huishoudens. De evaluatie van de fiscale regelingen betreffende de eigen woning staat gepland in 2020.

Vraag 64 (LTV)
Klopt het dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de loan to value zelf kan vaststellen? Wat zouden de voor- en nadelen zijn ervan zijn om deze bevoegdheid weer bij de minister neer te leggen?

Antwoord:
Dit klopt niet. De Loan-to-Value (LTV) wordt vastgesteld bij ministeriele regeling. De AFM houdt toezicht op de naleving van deze wetgeving.

Vraag 73 (LTV)
Wat is de gemiddelde loan te value (LTV) bij het afsluiten van een hypotheek voor een nieuwe woning? Hoeveel procent van de hypotheekaanvragers maakt gebruik van de maximale ruimte van 101% van de LTV?

Antwoord:
Voor huishoudens onder de 35 jaar bedroeg de gemiddelde LTV bij het afsluiten van de hypotheek 94 procent, in het eerste kwartaal van 2017. Over het gebruik van de maximale ruimte van de LTV zijn de meest recente beschikbare gegevens van 2016. Toen had ongeveer 25 procent van de huishoudens onder de 35 jaar een LTV van tussen de 101 en 102 procent, en zat daarmee op of vlak onder het maximum (bron: DNB). Deze gegevens zijn alleen voor deze leeftijdscategorie beschikbaar.

Vraag 74 (NHG)
Hoeveel procent van de huizenkopers die in aanmerking komen voor het afsluiten van een hypotheek met NHG kiest daar niet voor? Kunt u dit percentage ook voor de afgelopen vijf jaar geven?

Antwoord:
Het percentage van de huizenkopers dat in aanmerking komt voor het afsluiten van een hypotheek met NHG en daar niet voor kiest is 30,9% voor 2017 (cijfer tot nu toe). Er is de afgelopen jaren een stijging te zien in dit percentage: van 12% in 2012, 18,7% in 2013, 22,5% in 2014, 20,6% in 2015, naar 27,3% in 2016.

Vraag 81 (NHG)
Hoe kan de afdracht NHG verklaard worden? Waarom wordt er in de komende jaren geen afdracht NHG verwacht?

Antwoord:
In 2011 is de Risicovoorziening (voorheen begrotingsreserve genaamd) voor de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) gevormd (initieel € 50 mln.). Het doel hiervan is een reservering van middelen ter partiële dekking van een eventuele aanspraak op de achtervangfunctie van het Rijk door het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW), uitvoerder van de NHG. Sinds 2016 ontvangt het Rijk een jaarlijkse vergoeding voor de achtervang van het WEW (0,15% van elke borgtochtprovisie). Over 2015 bedroeg de vergoeding € 26,9 mln. en de vergoeding over 2016 bedroeg afgerond € 30 mln. (Kamerstukken II 2017–2018 34 775 XVIII, nr. 2, blz. 8). In totaal bedraagt de risicovoorziening nu afgerond € 106,9 mln. Hoe hoog de vergoeding over de jaren 2017 en 2018 zal zijn, is nog onbekend. Hiervoor wordt ook geen raming opgenomen in de begroting. Alle stortingen (en onttrekkingen) worden verantwoord op de Artikel 1 Woningmarkt van de begroting van Wonen en Rijksdienst en in de saldibalans van het Jaarverslag wordt jaarlijks de ontwikkeling toegelicht (Kamerstukken II 2016–2017 34 725 XVIII, nr. 1, blz. 152).

Vraag 88 (Aftrekpost)
Hoeveel geld wordt er in 2018 uitgegeven aan hypotheekrenteaftrek? Kunt u aangeven per inkomenscategorie hoe deze aftrek tussen verschillende huishoudens wordt verdeeld?

Antwoord:
Het geraamde budgettaire belang van de hypotheekrenteaftrek (HRA) voor 2018 is € 10,1 mld. Er zijn geen ramingen beschikbaar van de verdeling van dit bedrag over inkomenscategorieën. Voor het belastingjaar 2015 is wel een verdeling beschikbaar over de schijven van de inkomstenbelasting, zoals getoond in onderstaande tabel.

Vraag 94 (Aflossingsvrij)
Wat zijn de voor- en nadelen van een fiscaal vereiste aflossing van 50%, in plaats van de enige jaren geleden ingevoerde 100%?

Antwoord:
Bij de invoering van de huidige fiscale aflossingeis is gekozen voor het volledig annuïtair aflossen in 360 maanden, om huishoudens te stimuleren om hun schuldpositie af te bouwen. Hiermee worden de financiële risico's voor huishoudens en de economie als geheel verkleind. Een belangrijk nadeel van het terugbrengen van de aflossingseis naar 50 procent, is dat het hiervoor genoemde effect op schuldbeperking kleiner wordt. Daarnaast vergroot het de subsidiëring van het eigenwoningbezit, waardoor de keuze tussen het kopen en het huren van een woning meer wordt verstoord. Ten slotte zou een dergelijke maatregel leiden tot een grotere budgettaire derving.
Een voordeel van terugbrengen van de aflossingseis naar 50 procent is dat huishoudens, gegeven de hoogte van de hypotheek en de rente, kunnen kiezen voor lagere maandlasten met volledig behoud van hypotheekrenteaftrek. Daardoor hebben zij meer keuzevrijheid in de manier waarop, en de mate waarin ze vermogen opbouwen. De keerzijde hiervan is dat zij een schuld, en dus hogere maandlasten overhouden aan het einde van de looptijd van de hypotheek.

Vraag 95 (NHG)
Klopt het dat de Stichting WEW winst maakt op de NHG? Hoeveel bedraagt deze winst? Betekent dit niet dat de premie voor de NHG te hoog is?

Antwoord:
Het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) maakt geen winst op de NHG. Het WEW is een Stichting zonder winstoogmerk.
In 2016 nam het totale garantievermogen van het WEW toe van € 898,6 mln. naar € 979,7 mln. Deze toename van € 81,2 mln. laat zich verklaren door het feit dat de ontvangen borgtochtprovisie hoger was dan de uitgekeerde verliesbedragen.
De ontvangen borgtochtprovisie bedroeg in 2016 € 166,7 mln. (2015: € 207,7 mln.) en de uitgekeerde verliesbedragen € 97,9 mln. (2015: € 143,8 mln.).
In 2016 was de borgtochtprovisie voor de consument 1,00%. Na aftrek van de risicovergoeding van 0,15% voor het Rijk was de beschikbare premie voor het WEW daarmee 0,85%. De borgtochtprovisie wordt jaarlijks vastgesteld op basis van actuarieel onderzoek waarbij de premie waarborgt voor toekomstige financiële risico’s.

Vraag 100 (Woningbezit)
Hoeveel mensen zijn uiteindelijk aan een koopwoning gekomen dankzij de regeling Bevordering eigen woningbezit (BEW)?

Antwoord:
Ruim 36.000 mensen hebben tussen 2001 en 2010 een huis gekocht met een bijdrage die op basis van de regeling BEW is verstrekt. De regeling staat niet meer open voor nieuwe aanvragen.

 

Bron: Rijksoverheid

Downloads

Downloads zijn alleen beschikbaar als u bent ingelogd. Log graag in of neem een abonnement.

Rubrieken

Trefwoorden

Opvoerdatum

12 okt 2017

Laatst gewijzigd

12 okt 2017

Adresgegevens

Fintool
Postbus 224
2700 AE Zoetermeer

Telefoon 085 - 111 89 99
Telefax 085 - 111 88 80
E-mail: info@fintool.nl
Fintool bv © 2003/2017. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.