Als een onrechtmatige daad kan blijkens lid 2 van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Dit alles behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
Consument heeft, door te handelen zoals hij heeft gedaan, onnodig een gevaarlijke situatie in het leven geroepen. Consument heeft tijdens zijn loop continu naar links gekeken, terwijl daar geen noodzaak voor was. Deze gevaarlijke situatie had eenvoudigweg voorkomen kunnen worden door recht voor zich uit te kijken tijdens het lopen in plaats van continu naar links.
Van toerekenbaarheid van de daad aan de dader is sprake indien de daad te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak die op basis van de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van hem komt (lid 3 van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek). In dit geval gaat om een daad van Consument zelf en dus om schuldaansprakelijkheid. De Commissie concludeert dat de gedraging van Consument verwijtbaar was. Consument is over zijn eigen voeten gestruikeld omdat hij niet keek waar hij liep, terwijl hiertoe geen noodzaak was.
De Commissie concludeert dat Consument aansprakelijk is voor de door de derde geleden schade en dat Verzekeraar uit dien hoofde gehouden is dekking te verlenen onder de aansprakelijkheidsverzekering van Consument.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99