MijnFintool

Nieuws

Kifid: gedeelde schuld bij overkreditering

Een consument heeft naast een hypothecaire geldlening een lening afgesloten bij zijn ouders. De lening bij de bank en de lening van de ouders samen is hoger dan de toenmalige NHG toets toestond.

Lees hier de volledige uitspraak (pdf, 8 pagina's)

Beoordeling

De vraag is allereerst of en in hoeverre er sprake is van overkreditering. Volgens vaste jurisprudentie dient de Commissie voor de beoordeling van het geschil ervan uit te gaan dat op financiële dienstverleners jegens particulieren een bijzondere zorgplicht rust die strekt tot bescherming tegen onverantwoorde financiële risico’s. Deze zorgplicht vloeit voort uit de maatschappelijke positie van deze dienstverleners in samenhang met hun professionele deskundigheid. De inhoud en reikwijdte van deze zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de betrokken rechtsverhouding, het bijzondere risico van het desbetreffende product of de dienst, de eventuele deskundigheid en relevante ervaring van de particuliere cliënt, en diens inkomens- en vermogenspositie.

Wft

De Commissie stelt vast dat de zorgplicht van de Bank om te waken voor overkreditering op 1 januari 2006 was verankerd in artikel 51 Wet financiële dienstverlening (Wfd) en thans is vastgelegd in art. 4:34 Wet op het financieel toezicht. Hieruit vloeit voort dat op de Bank een zelfstandige verplichting rustte om, voordat zij tot verstrekking van een hypothecaire geldlening overging, te onderzoeken of Consument de financiële lasten verbonden aan de hypothecaire geldlening kon dragen, zodat overkreditering kon worden voorkomen. Het onderzoek dat de Bank moest verrichten naar de inkomens- en vermogenspositie van Consument is geen zelfstandige verplichting, maar een middel om eventuele overkreditering te kunnen vaststellen.

Kennis aan zijde geldverstrekker

De Commissie stelt vast dat de hypothecaire geldlening die de Bank aan Consument heeft verschaft ter hoogte van € 155.047,- het maximale te lenen bedrag van € 194.672,56 niet overschrijdt. Op grond van de aantekeningen van de hypotheekadviseur van de Bank stelt de Commissie echter vast dat de Bank wist, althans behoorde te weten, dat Consument gelijktijdig een geldlening ter hoogte van € 88.964,47 zou aangaan bij haar ouders. Indien de geldleningen gezamenlijk in aanmerking worden genomen, wordt het maximaal te lenen bedrag hierdoor met een bedrag van € 49.338,91 overschreden.

Kennis aan zijde consument

De Commissie is van oordeel dat Consument zich had kunnen en moeten realiseren dat sprake was van overkreditering.

Schadebeperkingsplicht

Het feit dat Consument echter bewust voor een constructie heeft gekozen waarbij geen verplichting op haar rustte om af te lossen op de hoofdsom en zij dit, ondanks haar beperkte afloscapaciteit, eveneens niet heeft gedaan, resulteert erin dat zij haar schade niet heeft beperkt. Zij had immers reeds elf jaar de mogelijkheid om maandelijks af te lossen op de hoofdsom, waardoor de rentetermijnen zouden afnemen. Dat haar ouders de geldsom nu wensen op te eisen aangezien zij nagenoeg de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, kan de Bank niet worden verweten.
Consument heeft niet voldaan aan haar schadebeperkingsplicht, hetgeen haar kan worden verweten.

Geen ingewikkeld product

De Commissie is van oordeel dat Consument de schade die zij heeft geleden en zal lijden in overwegende en zeer grote mate zichzelf heeft berokkend. Consument heeft willens en wetens een constructie opgezet door geld te lenen van haar ouders, waardoor zij in totaal een bedrag heeft geleend dat ver boven de standaard verstrekkingsnorm lag. Gesteld noch gebleken is dat sprake was van een ingewikkeld product, waardoor naar het oordeel van de Commissie Consument de aan de hypothecaire geldlening verbonden verplichtingen en risico’s goed had kunnen en moeten inschatten.
Daarnaast is hierbij van belang dat de maandlasten verbonden aan de hypothecaire geldlening goed betaalbaar zijn voor Consument en er nimmer betalingsproblematiek is ontstaan.

Schadevergoeding

De hiervoor omschreven omstandigheden in ogenschouw nemende, stelt de Commissie de bijdrage van Consument aan de schade vast op 70%, hetgeen betekent dat de Commissie de schadevergoedingsplicht van de Bank zal vaststellen op 30%.

Toekomstige schade

Voor een vergoeding van de toekomstige schade ziet de Commissie geen aanleiding. Zoals ter zitting is besproken heeft Consument immers de mogelijkheid om haar woning te verkopen en zich te oriënteren op het huren van een huurwoning. De Commissie stelt vast dat het derhalve op de weg van Consument ligt om, indien zij zich wenst te beschermen tegen de toekomstige gevolgen van overkreditering waarbij zij een eigen schuld draagt van 70%, binnen zes maanden na deze uitspraak over te gaan tot verkoop van de woning dan wel om zich in te spannen om een andere wettelijk geoorloofde regeling voor de eventuele restschuld te vinden. De Commissie neemt hierbij in overweging dat Consument een plicht heeft om haar schade te beperken.

Te vergoeden schade

De Bank dient dertig procent van de door Consument betaalde rente en kosten vanaf het aangaan van de lening in 2006 over het overgekrediteerde bedrag van € 49.338,91 tot zes maanden na datering van deze uitspraak aan Consument te voldoen.

 

Bron: Kifid

 

Modules & dossiers

Opvoerdatum

30 jan 2018

Laatst gewijzigd

05 jun 2019

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1