De vraag bij wie de welvaarsstijging terecht is gekomen wordt in deze brief op twee manieren benaderd: eerst door een aansluiting te maken tussen de economische groei en de statische koopkracht en vervolgens door te kijken naar de verdeling van het nationale inkomen over overheid, bedrijven en huishoudens.
Als we kijken naar de economische groei en de statische koopkracht over de jaren 2017 tot 2019 valt op dat de statische koopkracht achterblijft: de economische groei komt op respectievelijk 3,1%, 3,2% en 2,7%, terwijl de statische koopkracht op 0,3%, 0,6% en 1,6% uitkomt.
Economische groei kan ook worden veroorzaakt doordat mensen bijvoorbeeld (meer) gaan werken, terwijl dat niet zichtbaar is in de statische koopkracht. Hogere collectieve uitgaven aan zorg en onderwijs zijn ook een vorm van welvaartsstijging waar huishoudens voordeel van hebben. Deze elementen kunnen in het geval van de zorg zelfs ten koste gaan van de statische koopkracht (bij hogere zorgpremies), terwijl huishoudens wel profiteren van de hogere zorguitgaven.
Een andere manier om te bepalen waar de economische groei terecht komt, is door te kijken naar de verdeling van het nationale inkomen ná belasting (‘de nationale koek’) over overheid, bedrijven en gezinnen.
Zowel de ontwikkeling van het reële beloning van werknemers als de verdeling van de nationale koek laten een positieve verwachting zien voor 2018-2019. Een groot deel van de economische groei komt direct of indirect terecht bij huishoudens. Voor werknemers gaat het dan veelal om een direct hoger besteedbaar inkomen, omdat zij een hogere beloning krijgen. De hogere zorguitgaven komen echter ook bij huishoudens terecht, maar dit loopt indirect. Ouderen maken relatief meer gebruik van zorg en profiteren daarom meer van deze hogere zorguitgaven.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99