Uitspraak 4, in 'nadeel' klager: "Daartegenover staat dat de oorzaak van de afboeking is gelegen in het feit dat betrokkene niet gedwongen was de woning te verkopen maar dat heeft gedaan, omdat hij al een andere woning had gekocht. Betrokkene had toen hij zijn nieuwe huis kocht geen enkele zekerheid dat de verkoopopbrengst voldoende zou zijn om de hypotheek van de verkochte woning af te lossen, en heeft daardoor bewust een risico genomen dat er eventueel een restschuld zou kunnen ontstaan. Dat scenario heeft zich ook voltrokken. Betrokkene was niet in staat de gehele restschuld betalen, waardoor de deelnemer een aanzienlijk bedrag, EUR 18.000, heeft moeten afboeken. "
Uitspraak 5, in 'voordeel' klager: "Bij de in deze zaak te maken belangenafweging dienen o.a. de volgende (vaststaande) feiten en omstandigheden in aanmerking te worden genomen:
Uitspraak 6, in 'voordeel' klager. Aardig detail: tellen kosten verkopende makelaar mee bij vaststelling restschuld?
De restschuld ad EUR 4.375,67 was opgebouwd uit drie componenten, een factuur van de verkopende makelaar ad EUR 3.500, een bedrag van EUR 544 taxatiekosten en nog een bedrag van afgerond EUR 330 aan werkelijk onbetaald krediet.
De vraag is of de makelaarskosten die daarvan voor het grootste deel onderdeel uitmaken kunnen worden bestempeld als restschuld op het afgesloten krediet. Kennelijk hebben de deelnemer en de notaris die het transport van de woning begeleidde afgesproken dat de kosten van de verkopende makelaar uit de verkoopopbrengst van de woning werd voldaan. Door dit toe te staan verstrekte de deelnemer feitelijk een nieuw krediet ter hoogte van de makelaarskosten, dat niet was ontstaan als betrokkene de makelaarskosten rechtstreeks zou hebben voldaan. De Commissie volstaat ermee deze beschouwingen te maken.
De achterstand (excl. makelaarskosten) was (slechts) EUR 330. De restschuld bestaat goeddeels uit kosten, die de deelnemer heeft gefinancierd, waarover onvoldoende met betrokkene is gecommuniceerd.
Uitspraak 7, in 'voordeel' klager: "De deelnemer kan niet aantonen dat de vooraankondiging is verzonden. Zij heeft erkend dat zij dat verzuimd heeft. Hierdoor is de betrokkene niet in de gelegenheid gesteld de melding van de A te voorkomen. Het verzoek om de A te schrappen heeft zij voorgelegd aan het BKR. Het BKR heeft het verzoek afgewezen met de stelling dat betrokkene de A toch niet had kunnen voorkomen, ook al had hij de vooraankondiging ontvangen.
De Commissie is van oordeel dat de A daarom dient te worden geschrapt. Niet is gesteld of gebleken dat betrokkene de registratie van de A niet zou hebben kunnen voorkomen als hij de vooraankondiging wel zou hebben ontvangen. Hoewel het betalingsgedrag van betrokkene voor melding van de A grillig was is er niet eerder een registreerbare achterstand is ontstaan en heeft hij de gehele achterstand vier maanden na de melding van de A ingelopen. Dientengevolge zal ook de H worden geschrapt.
Uitspraak 8, in 'nadeel' klager: " Betrokkene wenst ook verwijdering van code 1. Zij is gescheiden in 2005. Haar ex-man zou de lening afbetalen. Helaas werd betrokkene een paar jaar geleden geconfronteerd met een aanmaning van een incassobureau. Toen zij de eerste aanmaning had ontvangen, heeft zij direct een betalingsregeling getroffen."
Bron: BKR
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99