MijnFintool

Nieuws

Wijziging van de Wft

Aan de Tweede Kamer is door minister Hoekstra de nota naar aanleiding van het verslag en een nota van wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten in verband met de herziening van het kader voor herstel en afwikkeling van verzekeraars toegezonden.

Klik hier voor de internetconsultatie.

Dit artikel voorziet in de mogelijkheid tot opzegging van een specifiek type verzekeringsovereenkomsten door de curator. Het moet gaan om zogenoemde risicoverzekeringen (bijvoorbeeld brandverzekeringen). Kenmerk van risicoverzekeringen is dat alleen door de verzekeraar wordt uitgekeerd indien een specifieke gebeurtenis zich gedurende de looptijd voordoet (de brand). In veel gevallen zal een dergelijke verzekering nooit tot uitkering komen. De beperking tot risicoverzekeringen volgt uit artikel 213kaa, eerste lid, onderdeel b. In de tweede plaats moet die verzekerde onzekere gebeurtenis zich nog niet hebben voorgedaan of moet zich nogmaals kunnen voordoen (met andere woorden: de verzekering ‘loopt nog’). En ten slotte moeten alle premies voor de gehele looptijd al door de verzekeringnemer zijn voldaan. In een dergelijke opzeggingsmogelijkheid voor de curator is nog niet voorzien. Een mogelijkheid voor de curator om de verzekering te kunnen beëindigen is wenselijk.

Uitloop

Het is voor de polishouder ongunstig dat hij een verzekering heeft bij een failliete verzekeraar. Het is immers niet onwaarschijnlijk dat indien het verzekerde voorval zich voordoet, die vordering van de polishouder niet volledig zal worden voldaan. De verzekeraar is immers failliet. Ten tweede kunnen risicoverzekeringen lange looptijden hebben, bijvoorbeeld dertig jaar bij een overlijdensrisicoverzekering die is gekoppeld aan een hypotheek. Indien de curator aan een dergelijke overeenkomst gebonden blijft, is een snelle afwikkeling van het faillissement niet mogelijk. Hij zal moeten wachten totdat de looptijd is verstreken. Ten derde is het voor de curator buitengewoon lastig om in te schatten hoeveel geld er moet worden gereserveerd voor dergelijke verzekeringen, hetgeen het tijdig uitkeren van de vorderingen van andere crediteuren vertraagt. Hij zal immers al die tijd rekening moeten houden met de kans dat het verzekerde voorval zich voordoet. Het is dus zowel in het belang van de polishouder als van de boedel dat de overeenkomst eindigt.

Reeds voorgedaan verzekerd voorval

Voor de goede orde wordt opgemerkt dat de bevoegdheid tot beëindiging alleen betrekking heeft op de toekomst. Voor zover het verzekerde voorval zich al heeft voorgedaan en op de verzekeraar naar aanleiding daarvan een uitkeringsverplichting rust, blijft deze gelden. Het is dus niet mogelijk dat de curator de overeenkomst beëindigt en daarmee betalingen kan aantasten aan een polishouder van een brandverzekering wanneer het huis van de verzekerde door brand is verwoest en de verzekeraar nog niet is toegekomen aan de volledige vergoeding van de schade op basis van een opstalverzekering.

Termijn van drie maanden

De curator dient bij de beëindiging een termijn van drie maanden in acht te nemen. Anders gezegd: wanneer de curator meedeelt de verzekering te zullen beëindigen, loopt de verzekering nog drie maanden door. In die periode kan de polishouder op zoek gaan naar eenzelfde soort verzekering bij een andere verzekeraar. Doet zich in die periode het verzekerde voorval voor, dan heeft de verzekeringscrediteur ter zake daarvan een vordering op de boedel.

(Gedeeltelijke) restitutie

Wanneer de curator de verzekering opzegt, heeft de polishouder recht op teruggave van premies of dat deel van de koopsom dat betrekking heeft op de periode na de beëindiging van de verzekering. Dat behoeft niet uitdrukkelijk te worden bepaald, want hier geldt de contractenrechtelijke hoofdregel dat na beëindiging van een overeenkomst voor de contractpartijen een verbintenis ontstaat “tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties” (artikel 6:271 van het Burgerlijk Wetboek). In de verzekeringswereld worden dit “onverdiende premies” genoemd. De vordering tot teruggave van premies vallen onder de term “betalingen waaraan de rechtsgrond is komen te ontvallen” en daarom is de vordering tot teruggave hoog bevoorrecht op grond van artikel 213m Fw. De premies die betrekking hebben op de termijn van drie maanden worden niet gerestitueerd. De verzekeringsovereenkomst liep gedurende die periode immers nog.

 

Bron: Rijksoverheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

17 apr 2018

Laatst gewijzigd

17 apr 2018

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1