In artikel 3:323 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat de verjaringstermijn van een rechtsvordering die tot nakoming van een verbintenis tot zekerheid waarvan een hypotheek strekt, niet verjaart voordat twintig jaren zijn verstreken na de aanvang van de dag volgend op die waarop het hypotheekrecht aan de verbintenis is verbonden. Aangezien de hypotheekakte op 20 september 2002 is opgemaakt, is de vordering waaraan het recht van hypotheek is gekoppeld daarom ten tijde van het indienen van de onderhavige klacht nog niet verjaard.
De beëindiging van de schuldsaneringsregeling van Consument is door de Rechtbank Noord-Holland op 16 juni 2015 uitgesproken. De schone lei heeft echter voor de hypothecaire geldlening van Consument geen gevolgen (HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1135).
De Commissie komt vervolgens toe aan de vraag of de Bank gehouden is de hoofdelijke aansprakelijkheid van Consument voor de schuld uit hoofde van de hypothecaire geldlening door te halen. De Bank heeft tweemaal onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om Consument tegemoet te komen in zijn verzoek om ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypothecaire geldlening. Hiertoe heeft de Bank contact gezocht met de voormalige echtgenote van Consument om na te gaan of die de lening met haar nieuwe partner kon dragen.
Op basis van haar financiële gegevens heeft de Bank geconcludeerd dat het op dat moment niet mogelijk was om Consument uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan. De Bank heeft nog wel de mogelijkheid aan Consument geopperd om de hypothecaire geldlening te verlagen met een bedrag dat Consument volgens zijn voormalige echtgenote aan haar verschuldigd zou zijn. Consument stelt echter geen bedrag meer aan zijn voormalige vrouw verschuldigd te zijn na de beëindiging van de schuldsanering.
De Commissie is van oordeel dat de Bank hiermee onder de gegeven omstandigheden voldoende invulling aan de op haar rustende zorgplicht heeft gegeven.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99