Bevestig uw aanmelding

U ontvangt nu een e-mailbericht van waaruit u uw aanmelding moet bevestigen. Zonder deze bevestiging ontvangt u niet dagelijks actuele en praktische informatie. Doe het gelijk even!

Stuur mij dagelijks actuele en praktische informatie
Bekijk alle diensten
15 mei 2018 Nieuws

Vragen en antwoorden fiscale beleidsagenda

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over de brief van 23 februari 2018 inzake de fiscale beleidsagenda. Hieronder een selectie uit een lijst van vragen en antwoorden (212 stuks).
  • Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
  • Kennisbank met 1000+ artikelen
  • Rekenmodellen en downloads
  • Persoonlijk archief
  • Inclusief Permanent Actueel module!!

Vraag 1
Hoe hoog is de totale belastingdruk in Nederland als percentage van het bruto binnenlands product (bbp)?
Antwoord op vraag 1
In Nederland is totale belastingdruk 37.4% van het BBP.

Vraag 30
Klopt het dat belastingverdragen boven nationale wetgeving staan?

Antwoord op vraag 30
Het klopt dat in Nederland afspraken in belastingverdragen boven de nationale wetgeving gaan. Dit betekent dat het heffingsrecht van Nederland door afspraken in een belastingverdrag kan worden beperkt. Een belastingverdrag creëert daarentegen voor Nederland geen aanvullende heffingsmogelijkheden. Als een belastingverdrag heffingsrechten over een bepaald inkomensbestanddeel toewijst aan een verdragssluitende staat, kan door die staat niet op grond van enkel het belastingverdrag worden geheven zonder dat de nationale wetgeving in een heffingsmogelijkheid voorziet.

Vraag 54
Waarom verhoogt het kabinet de algemene heffingskorting, in plaats van het basistarief verder te verlagen?
Antwoord op vraag 54
Van een verhoging van de algemene heffingskorting hebben de laagste inkomens relatief meer voordeel van dan een verdere verlaging van het basistarief. Door de algemene heffingskorting betalen mensen over het eerste deel van hun inkomen geen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Een verdere verlaging van het basistarief heeft als gevolg dat mensen voor het gedeelte van het inkomen waarvoor het basistarief geldt minder belasting hoeven te betalen. Het verhogen van de algemene heffingskorting zorgt ervoor dat over een groter gedeelte van het eerste inkomen helemaal geen belasting of premie betaald hoeft te worden.

Vraag 58
Wat is de budgettaire opbrengst van respectievelijk box 1, box 2 en box 3 binnen de Inkomstenbelasting (IB)?
Antwoord op vraag 58
De opbrengst van box 1, box 2 en box 3 gezamenlijk bedraagt circa € 100 miljard. Het grootste gedeelte hiervan (94%) wordt opgehaald via box 1 (zowel inkomstenbelasting als premies volksverzekeringen), de rest via box 2 (2%) en box 3 (4%).

Vraag 70
Welke toeslagen leveren de meeste fraude of fouten op? Kunt u een kwantitatieve specificatie geven?
Antwoord op vraag 70
De huur- en kinderopvangtoeslag zijn qua complexiteit en hoeveelheid aan zowel grondslagen als uitzonderingen ingewikkelder in de toeslagberekening dan de zorgtoeslag en het kindgebonden budget en kennen daardoor een hogere foutkans.

Vraag 75
Hoe hoog wordt het basistarief in het tweeschijvenstelsel? Wat kost een verlaging van het basistarief met één procent?
Antwoord op vraag 75
Het basistarief voor de belasting en premie volksverzekeringen samen komt in het regeerakkoord in 2021 uit op 36,95%27. Een verlaging van het basistarief met 1%-punt kost €3,85 miljard (prijzen 2021).

Vraag 76
Hoe hoog wordt het toptarief in het tweeschijvenstelsel? Hoeveel kost een verlaging van het toptarief in het tweeschijvenstelsel met één procent?
Antwoord op vraag 76
Het toptarief komt in het regeerakkoord in 2021 uit op 49,5%. Een verlaging van het toptarief met 1 %-punt kost € 0,25 miljard (prijzen 2021).

Vraag 77
Hoe beïnvloedt het tweeschijvenstelsel het huidige progressieve karakter van de inkomstenbelasting? Wordt het stelsel als geheel meer of minder progressief?
Antwoord op vraag 77
De invoering van het tweeschijvenstelsel zorgt ervoor dat het stelsel van (effectief) drie naar twee tarieven gaat. De progressiviteit binnen de schijftarieven neemt hierdoor af. De progressiviteit van het belastingstelsel is echter niet alleen afhankelijk van de schijftarieven, maar hangt ook af van een aantal andere factoren zoals schijflengtes, heffingskortingen en aftrekposten. Naast de invoering van het tweeschijvenstelsel intensiveert het kabinet ook de heffingskortingen, zoals de ouderenkorting en de arbeidskorting. Het tarief van aftrekposten, waaronder de eigenwoningrenteaftrek en de zelfstandigenaftrek, wordt stapsgewijs verlaagd naar het basistarief. Het progressieve karakter van het stelsel blijft behouden.

Vraag 118
Wat betekent de afschaffing van de dividendbelasting voor een mogelijke box 3-heffing op basis van het werkelijke rendement?
Antwoord op vraag 118
De dividendbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting. De afschaffing van de dividendbelasting heeft daarom geen gevolgen voor de box 3-heffing in de inkomstenbelasting.

Vraag 144
Met hoeveel procentpunten kunnen de tarieven van in de eerste schijf in het tweeschijvenstelsel van box 1 (IB) dalen indien wordt overgegaan tot het afschaffen van alle aftrekposten?
Antwoord op vraag 144
Als alle aftrekposten zouden worden afgeschaft, dan zou het basistarief in het tweeschijvenstelsel met circa 2,9%-punt kunnen dalen in 2021. Hierbij is de doorwerking van de afschaffing in de toeslagen budgettair meegenomen. Na 2021 zou de daling van het basistarief beperkter worden, aangezien de eigenwoningrenteaftrek structureel lager is door de ingroei van annuïtaire aflossing.

Vraag 145
Met hoeveel procentpunten kunnen de tarieven van in de eerste schijf in het tweeschijvenstelsel van box 1 (IB) dalen indien wordt overgegaan tot het afschaffen van de huurtoeslag, de zorgtoeslag en de kinderopvangtoeslag?
Antwoord op vraag 145
Als de huurtoeslag, zorgtoeslag en de kinderopvangtoeslag zouden worden afgeschaft, dan zou het basistarief in het tweeschijvenstelsel met circa 3,6%-punt kunnen dalen in 2021.

Vraag 187
Waarom worden vermogensoverdrachten (schenkingen, erfenissen) alsmede vermogenstoenamen boven een bepaalde drempel niet belast in box 1 van de IB?
Antwoord op vraag 187
Niet elk voordeel dat een belastingplichtige geniet, is belast voor de inkomstenbelasting. Het moet daarbij gaan om een in de Wet inkomstenbelasting 2001 genoemde bron van inkomen. In box 1 wordt het inkomen uit werk en woning belast. Dit bestaat uit: winst uit onderneming, loon, resultaat uit overige werkzaamheden, periodieke uitkeringen en verstrekkingen en inkomsten uit eigen woning. Als er geen bron van inkomen is, kan het in geld waardeerbare voordeel – zoals een vermogenstoename – niet worden belast in box 1 van de inkomstenbelasting.
Een vermogensvermeerdering als gevolg van schenkingen en erfenissen wordt overigens wel belast in de schenk- respectievelijk erfbelasting.

 

Bron: Rijksoverheid

Downloads

Downloads zijn alleen beschikbaar als u bent ingelogd. Log graag in of neem een abonnement.

Adresgegevens

Fintool
Vlinderweg 2 | Unit 0.24
2623 AX Delft

Telefoon 085 - 111 89 99
Telefax 085 - 111 88 80
E-mail: info@fintool.nl

Fintool bv © 2003/2017. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.