Een belastingplichtige voerde in zijn IB aangifte de volgende aftrekposten op:
- Rioolheffing en afvalstoffenheffing 2014 gemeente Meppel: € 394
- Waterschapsbelasting 2014 Reest en Wierden: € 290
- Loonheffing 2014 dienstbetrekking bij [A] b.v.: € 1.447
- Loonheffing 2014 WW-uitkering: € 3.216
De Inspecteur heeft bij het opleggen van de definitieve aanslag in de IB/PVV voor het jaar 2014 de giftenaftrek gecorrigeerd tot nihil.
Met de term „verplichte bijdragen” heeft de wetgever naar het oordeel van het Hof niet het oog gehad op uit de wet voortvloeiende belastingschulden. Mitsdien is van een gift die op de voet van artikel 6.33 van de Wet IB 2001 in aftrek kan worden gebracht te dezen geen sprake. Dit geldt zowel voor de betalingen van belastingen aan de Staat der Nederlanden als voor die van rioolheffing en afvalstoffenheffing aan de gemeente Meppel en van waterschapsbelasting aan het Waterschap Reest en Wierden.
Aan de beoordeling van de vraag of voor het in aanmerking nemen van de door belanghebbende betaalde belastingschulden als periodieke giften is voldaan aan de vereisten van artikel 6.38, eerste lid, van de Wet IB 2001 - te weten dat zij berusten op een bij notariële of onderhandse akte van schenking aangegane verplichting om de uitkeringen of verstrekkingen gedurende vijf of meer jaren ten minste jaarlijks uit te keren - komt het Hof, nu de betalingen niet als gift kunnen worden aangemerkt, niet toe.
Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. De aftrekposten worden dan ook niet gehonoreerd.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99