MijnFintool

Nieuws

Dubbele woning en hypotheekrenteaftrek

Kunnen twee naast elkaar gelegen appartementen worden aangemerkt als één eigen woning als bedoeld in artikel 3.111, lid 1, Wet IB 2001? Het Gerechtshof Amsterdam heeft een oordeel gegeven.

De appartementen zijn naast elkaar gelegen. Zij worden in 2011 door eiseres en haar gezin gezamenlijk bewoond. De woonkamer en de slaapkamers in het ene appartement worden gebruikt door de kinderen voor respectievelijk studie en slaap. De slaapkamers in het andere appartement worden gebruikt door de ouders voor respectievelijk werk en slaap. De woonkamer in dat appartement wordt door het gezin als woonkamer gebruikt. Beide appartementen beschikken over een badkamer, een keuken en een toilet. De voordeuren van beide appartementen komen op dezelfde hal uit. Er zijn geen andere voordeuren van appartementen die op deze hal uitkomen. De hal is toegankelijk via een trapportaal en via een lift.

Intentie tot samenvoegen

Tot de stukken van het geding behoort een door eiseres overgelegde constructieve onderbouwing van de mogelijkheid tot het maken van een doorgang tussen de beide appartementen met een berekening afkomstig van […] Bouwadviesbureau, gedateerd 16 maart 2012, en een geschrift van [naam VVE] van 29 maart 2012, waarin staat vermeld dat dit stuk voor aanvang van een vergadering van de Vereniging van Eigenaren (hierna: VVE) van het appartementencomplex waartoe de onderhavige appartementen behoren aan de leden is uitgereikt.

De gemeente [Z] heeft toestemming verleend voor het maken van een doorgang tussen de appartementen onder de voorwaarde dat een bedrag van € 30.000 wordt betaald in verband met het onttrekken van een appartement aan het wooncontingent.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft omtrent het geschil als volgt overwogen en beslist: “12. Ingevolge artikel 3.111, eerste lid, van de Wet IB 2001 wordt onder een eigen woning, voor zover hier van belang, verstaan een gebouw dat de belastingplichtige of personen die tot zijn huishouden behoren anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat op grond van eigendom. Uit de tekst van deze bepaling volgt dat van een eigen woning in de zin van deze bepaling slechts één zelfstandig gebouw deel kan uitmaken.

De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat beide appartementen in bouwtechnisch opzicht en naar aard en inrichting twee zelfstandige woningen vormen nu deze beide beschikken over een eigen voordeur en eigen voorzieningen zoals een keuken, een badkamer en een toilet. Daarnaast acht de rechtbank hierbij van belang dat er tot op heden geen doorgang is gemaakt tussen de appartementen en dat de hal waar de voordeuren van de appartementen op uitkomen via de lift en het trappenhuis toegankelijk is voor derden, waaruit volgt dat de hal behoort tot de gemeenschappelijke ruimten van het appartementencomplex. De door eiseres gestelde omstandigheden (dat beide appartementen bouwkundig onderdeel uitmaken van hetzelfde appartementencomplex, dat het gezamenlijk bewonen van beide appartementen probleemloos kan plaatsvinden zonder bouwkundige aanpassingen omdat de hal in de praktijk bij hoge uitzondering wordt betreden door medebewoners of visite en dat er initiatieven door eiseres zijn ondernomen om een doorgang in de muur tussen beide appartementen te realiseren waarmee de VVE heeft ingestemd) kan aan voormeld oordeel niet afdoen.

Hof

Naar het oordeel van het Hof heeft de rechtbank op goede gronden, zoals vermeld onder 14 van de rechtbankuitspraak - welke gronden het Hof overneemt en tot de zijne maakt - terecht geoordeeld dat de Appartementen A en B tezamen niet als één eigen woning kunnen worden aangemerkt. Hetgeen belanghebbende in hoger beroep in dezen heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.

Aanhorigheid?

Belanghebbende heeft in hoger beroep voorts nog specifiek het standpunt ingenomen dat Appartement A als een aanhorigheid van Appartement B, in de zin van artikel 3.111, lid 1, Wet IB 2001 kan worden aangemerkt en derhalve ook om die reden één eigen woning met Appartement B vormt.

Naar het oordeel van het Hof kan Appartement A niet als een aanhorigheid van Appartement B worden beschouwd omdat Appartement A gelet op alle omstandigheden van het geval niet bij Appartement B behoort en er niet dienstbaar aan is. Van belang hierbij is dat Appartement A een zelfstandige woning vormt met een eigen ingang en eigen voorzieningen, zoals een eigen keuken, badkamer en wc, die ook bouwkundig geheel gescheiden is van Appartement B.

Uitspraak

De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

Lees hier de volledige uitspraak.


Bron: Rechtspraak.nl

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1