Het beschermingsniveau van de bedrijfswoning tegen geluid van omliggende bedrijven is hetzelfde als het beschermingsniveau van een burgerwoning. Het beschermingsniveau van de bedrijfswoning tegen geur van omliggende bedrijven is ook hetzelfde als voor een burgerwoning, maar alleen als de bedrijfswoning niet tot een veehouderij behoort. Voor bedrijfswoningen die tot een veehouderij behoren geldt een aangepast beschermingsniveau tegen geur van omliggende bedrijven. Dit is geregeld in de Wet geurhinder en veehouderij.
In de jurisprudentie van de Raad van State komt naar voren dat bij het bestemmen van een plattelandswoning, ter plaatse van die woning sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als onderdeel van een goede ruimtelijke ordening. Het feit dat sprake is van een plattelandswoning waarbij geen wettelijke normen worden overschreden, betekent niet dat geen verdere toetsing aan een goede ruimtelijke ordening nodig is. De gemeente heeft als bevoegd gezag daarin grote beleidsvrijheid. In dat kader kan de gemeente bijvoorbeeld beoordelen of in een bepaalde situatie een zodanige geur- of geluidsbelasting aannemelijk is dat gezondheidsrisico’s te verwachten zijn. Ook andere omgevingsfactoren kunnen van belang zijn. Zo kan de gemeente aan beoogde plattelandswoningen niet alleen voorwaarden voor geluid en geur stellen, maar kan het gemeentelijk beleid bijvoorbeeld ook normen bevatten inzake maximale hinder van verkeer of trillingen uit de omgeving. Daarnaast kunnen de belangen van agrarische bedrijven bij een ongehinderde bedrijfsuitoefening worden betrokken in de afweging.
Het onderzoek beoogt door middel van vergelijking in drie landen inzicht te bieden in hoe andere Europese landen met de uitvoering van de richtlijn luchtkwaliteitseis 2008/50/EG in relatie tot (voormalige) (agrarische) bedrijfswoningen omgaan en welke oplossingsrichtin-gen hieruit voor Nederland kunnen worden gedestilleerd.
Download: "Analyse" (pdf, 45 pagina's)
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99