MijnFintool

Nieuws

Afschriftbrief over wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen

Minister Ollongren is in een Kamerbrief aan de Eerste Kamer uitgebreid ingegaan op het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen.

Er is brede consensus bij betrokken partijen dat de kwaliteitsborging op dit moment te wensen overlaat. Bouwconsumenten, zowel particulier als professioneel, hebben onvoldoende inzicht in de kwaliteit van het geleverde bouwproduct en zij staan veelal machteloos bij schade die later pas zichtbaar wordt. Aanpassingen die door eerdere kabinetten in het huidige stelsel zijn doorgevoerd hebben niet tot het gewenste resultaat geleid.

De aansprakelijkheid en waarschuwingsplicht van de aannemer

De wijze waarop de aansprakelijkheid van de aannemer in het wetsvoorstel is geregeld, is voor uw Kamer aanleiding geweest om vragen te stellen over hoever die aansprakelijkheid strekt en tot hoe lang de aannemer aansprakelijk te houden is. Daarnaast werd de vraag gesteld of de bij amendement in het wetsvoorstel opgenomen wijziging van de waarschuwingsplicht leidt tot een verzwaring van de aansprakelijkheid.

Aansprakelijkheid aannemer

In het huidige artikel 7:758 lid 3 BW is bepaald in welke gevallen de aannemer aansprakelijk is voor gebreken die na de oplevering aan het licht komen. De aannemer is vanaf het moment van oplevering niet langer aansprakelijk voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. Dat betekent dat voor de aansprakelijkheid van de aannemer het moment van oplevering doorslaggevend is. Als de opdrachtgever na oplevering een gebrek constateert dat hij redelijkerwijs had moeten ontdekken bij de oplevering, is de aannemer niet aansprakelijk, terwijl hij wel aansprakelijk zou zijn als het gebrek wel bij de oplevering was ontdekt. Met deze regel wordt ten gunste van de aannemer afgeweken van de algemene regel van artikel 6:74 lid 1 BW, dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar (hier de aannemer) verplicht de schade die de schuldeiser (hier de opdrachtgever) daardoor lijdt, te vergoeden, tenzij die tekortkoming niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend. Met de wijziging van de aansprakelijkheid van de aannemer in het wetsvoorstel wordt aangesloten bij die algemene regel.
Het voorgestelde artikel 7:758 lid 4 BW regelt dat de aannemer aansprakelijk is voor gebreken die niet bij oplevering zijn ontdekt, tenzij de gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Een belangrijk verschil met de huidige situatie is dat de aannemer niet langer kan volstaan met het verweer dat de opdrachtgever het gebrek had moeten ontdekken bij de oplevering van het bouwwerk, maar dat de aannemer ook na oplevering zal moeten aantonen dat het gebrek niet aan hem valt toe te rekenen. De opdrachtgever zal moeten stellen en bewijzen dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de aanneemovereenkomst. De aannemer zal vervolgens moeten bewijzen dat het gebrek niet aan hem valt toe te rekenen. Dit werkt ook zo in het algemene aansprakelijkheidsrecht van artikel 6:74 e.v. BW.

Het voorgestelde artikel 7:758 lid 4 BW ontslaat de opdrachtgever niet van zijn wettelijke verplichtingen en de aanneemovereenkomst. Zo blijven de bepalingen omtrent de redelijke termijn waarbinnen hij over gebreken dient te klagen en de verjaring van rechtsvorderingen onverkort van toepassing. Verder is het ook in het belang van de opdrachtgever dat hij niet te lang wacht met het aanspreken van de aannemer op gebreken. Hoe langer hij hiermee wacht, hoe lastiger het wordt om te bewijzen dat het bouwwerk met gebreken is opgeleverd.

Daarnaast zal de rechter, in geval van geschillen, rekening houden met de mate waarin een gebrek is toe te rekenen aan de aannemer. Het wetsvoorstel wijzigt niets in de al bestaande mogelijkheid voor de rechter om rekening te houden met de omstandigheid dat een gebrek bijvoorbeeld (mede) door toedoen van door de opdrachtgever ingeschakelde derden is veroorzaakt.

Waarschuwingsplicht aannemer

De voorgestelde wijziging van artikel 7:754 BW conform amendement nr. 15 regelt de wijze waarop de aannemer aan zijn al bestaande waarschuwingsplicht dient te voldoen. Op grond van deze wijziging moet een waarschuwing schriftelijk en ondubbelzinnig gebeuren en moet de aannemer daarbij wijzen op de gevolgen voor de kwaliteit van het bouwwerk.

 

Bron: Rijksoverheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

02 jul 2018

Laatst gewijzigd

02 jul 2018

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1