Gelet op de zeer kritische houding ten aanzien van stapsgewijs oversluiten van alle bij het Platform aangesloten partijen (inclusief consumentenorganisaties), zie ik op dit moment onvoldoende aanleiding om dit specifieke onderwerp opnieuw te agenderen.
Indien de consument de vergoeding die de aanbieder in rekening brengt niet in één keer kan of wil betalen, bestaat in Nederland ook de mogelijkheid van rentemiddeling. Rentemiddeling houdt in dat de vergoeding niet in één keer hoeft te worden betaald, maar feitelijk wordt ‘uitgesmeerd’ over de nieuwe rentevastperiode. De vergoeding wordt dan verdisconteerd in de nieuwe rente door middel van een opslag. Op basis van de lijst die Vereniging Eigen Huis bijhoudt, blijkt dat 18 hypotheekaanbieders op dit moment rentemiddeling aanbieden.
Ik zie het als de verantwoordelijkheid van kredietverstrekkers om deze mogelijkheden bij consumenten onder de aandacht te brengen en zie dat dit ook gebeurt.
Is het voor de hypotheekverstrekker niet financieel voordeliger om bijvoorbeeld 10% van de hypotheek om te zetten naar een lagere rente, dan om een aflossing van 10% te incasseren?
De vraag of het voor hypotheekverstrekkers financieel voordeliger is om 10% van de hypotheek om te zetten naar een lagere rente dan om een aflossing van 10% te incasseren, is niet eenduidig te beantwoorden. Kredietverstrekkers doen aannames over het aantal consumenten dat jaarlijks gebruikmaakt van de vergoedingsvrije ruimte om extra af te lossen en bepalen aan de hand hiervan de hoogte van de opslag op de hypotheekrente. Op basis van historische data kan vrij accuraat ingeschat worden hoeveel consumenten per jaar extra zullen aflossen en om deze reden kan hier een stabiele renteopslag voor bepaald worden.
Dit is niet het geval indien de mogelijkheid voor consumenten wordt gecreëerd om eenzijdig het afgesproken rentecontract (kosteloos) open te breken en in 5 of 10 jaar over te sluiten naar een lagere rente. Dit risico voor de kredietverstrekker is bij het afsluiten van de hypotheek niet ingecalculeerd. Omdat het tussentijds openbreken van de rentevastperiode en het oversluiten naar een lagere rente altijd in het voordeel is van de klant (en in het nadeel van de kredietverstrekker) liggen de prikkels hier anders dan bij vrijwillig extra aflossen. Indien een klant bij een dalende rente kosteloos kan oversluiten, maar bij een hogere rente kan vasthouden aan het afgesproken rentetarief, kan de kredietverstrekker geen rentevastperiode meer aanbieden.
Het teveel betaalde bedrag moet dan in het jaar van ontvangst van de terugbetaling in de aangifte over dat jaar worden opgenomen als negatieve aftrekbare kosten eigen woning. Het maakt hierbij geen verschil of de hypotheek waar de vergoeding op ziet wel of niet al geheel is afgelost. Voor de uiteindelijke belastingheffing kan dit laatste wel van belang zijn in verband met de eventuele toepassing van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (aftrek Hillen).
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99