MijnFintool

Nieuws

Einde relatie, geen overeenstemming verkoopprijs

Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Op 15 juli 2016 hebben partijen een samenlevingsovereenkomst gesloten, die op 1 januari 2018 is ontbonden. Na het beëindigen van de relatie is de vrouw met de zoon van partijen en een zoon uit een eerdere relatie in de woning van partijen aan de [adres] te [plaats] blijven wonen. De man heeft de woning in januari 2018 verlaten. De vrouw wenst de woning te willen overnemen en de man gaat hiermee akkoord.

Waarde woning

In opdracht van de vrouw heeft makelaar Schiphorst op 5 januari 2018 een waardebepaling van de woning uitgevoerd. De marktwaarde van de woning is door de makelaar per genoemde datum bepaald op € 184.000,-. De man is aanwezig geweest bij het bezoek van de makelaar aan de woning.

De man stelt dat Happy Livings en Woonaccent in zijn opdracht de waarde van de woning hebben bepaald en telefonisch aan hem hebben doorgegeven. De woning zou, aldus de man, volgens Happy Living een waarde hebben van € 188.000,- tot € 190.000,- en volgens Woonaccent van € 188.000,- tot € 192.000,-. Vanwege de kosten heeft de man afgezien van het daadwerkelijk laten opstellen van een waardebepaling of het laten uitvoeren van een taxatie.

De vrouw is bereid de man tegemoet te komen en de woning te waarderen op een bedrag van € 187.000,-. Partijen zijn er niet in geslaagd overeenstemming te bereiken, waarna de vrouw dit kort geding aanhangig heeft gemaakt.

Geen spoedeisend karakter

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vrouw er niet in is geslaagd om het spoedeisend belang bij haar vordering voldoende aannemelijk te maken. De enkele omstandigheid dat het al bijna een half jaar niet is gelukt om overeenstemming te bereiken over de afhandeling van de samenleving en de wens om de onduidelijkheid te beëindigen en rust te verkrijgen is daartoe, hoe begrijpelijk ook, onvoldoende. Tussen partijen is niet in geschil dat de vrouw de lasten van de woning betaalt. Gesteld noch gebleken is dat daarbij betalingsachterstanden zijn ontstaan of dreigen te ontstaan. De vrouw stelt dat zij opteert voor aan andere hypotheekvorm en dat haar maandlasten daardoor lager zullen worden, maar zij kan niet aangeven hoeveel het haar op maandbasis zal schelen. Dit lijkt te onderschrijven dat de vrouw weliswaar kan zijn gebaat bij het afsluiten van een andere hypotheek, maar dat dit geen financiële noodzaak is. Er lijkt sprake te zijn van een overwaarde van de woning. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er op dit moment geen sprake van een (nood)situatie, waarbij van de vrouw niet kan worden gevergd dat zij een bodemprocedure afwacht.

Feitenonderzoek

Nog afgezien van het ontbreken van een spoedeisend belang geldt dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter in dit kort geding geen deugdelijke afwikkeling van de gemeenschappelijke eigendom van de woning kan plaatsvinden. De (on)juistheid van de stellingen van beide partijen met betrekking tot de waarde van de woning kan niet louter uit de door hen overgelegde stukken en gedane mededelingen worden afgeleid. Om tot een afgewogen oordeel te kunnen komen, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter nader feitenonderzoek en/of nadere bewijslevering nodig. De aard van een kort gedingprocedure leent zich hiervoor niet. Bij deze stand van zaken is het toewijzen van de door de vrouw met betrekking tot de woning gevraagde voorziening, die voor de man verstrekkende gevolgen heeft, naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet gerechtvaardigd. De vorderingen van vrouw in conventie zullen dan ook worden afgewezen.


Bron: Rechtspraak

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1