MijnFintool

Nieuws

Niet accepteren eerder schikkingsvoorstel pakt slecht uit

Vanwege betalingsachterstanden is de woning van gedaagde (en diens ex-partner) verkocht. Met de opbrengst daarvan kon de lening niet in zijn geheel worden afgelost. Er ontstond dus een restschuld, die nu € 78.016,33 bedraagt.

Rabobank vordert in deze procedure betaling van de restschuld, vermeerderd met rente en kosten, totaal € 90.257,13.

Het belangrijkste verweer van [gedaagde] tegen deze vordering is dat Rabobank met zijn ex-vrouw [A] een betalingsregeling tegen finale kwijting heeft getroffen voor de restschuld. [A] hoefde volgens deze regeling slechts € 7.200,00 te betalen. [gedaagde] vindt dat ook hij recht heeft op zo’n betalingsregeling omdat zijn financiële positie moeilijk is.

Onderbewindstelling [gedaagde]

De rechtbank bespreekt allereerst een formeel punt. [gedaagde] is in november 2017 onder bewind gesteld. Tijdens het bewind komen het beheer en de beschikking over de onder bewind staande goederen niet toe aan [gedaagde] zelf, maar aan de bewindvoerder (art. 1:438 leden 1 en 2 BW). De bewindvoerder vertegenwoordigt bovendien de rechthebbende (hier: [gedaagde] ) tijdens het bewind bij de vervulling van zijn taak in en buiten rechte (art. 1:441 lid 1 BW). De bewindvoerder is echter geen partij in deze procedure. Dat roept de vraag op of de rechtbank vonnis kan wijzen tegen [gedaagde].

De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Uit het arrest van de Hoge Raad van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525) leidt de rechtbank het volgende af. Als in de loop van een aanhangig geding blijkt van het bewind, moet de bewindvoerder worden aangeschreven om in het geding te verschijnen. In dit geval is dat gebeurd. Immers, tijdens de zitting is gebleken dat de advocaat van [gedaagde] contact heeft gezocht met de bewindvoerder met de vraag of deze zich in de procedure als formele procespartij wilde stellen. Aanvankelijk leek dat het geval te zijn. De advocaat van [gedaagde] heeft de advocaat van Rabobank in januari 2018 per mail laten weten dat de bewindvoerder in rechte zal verschijnen. Maar op dit moment is de situatie zo dat de bewindvoerder zich niet als formele procespartij heeft gesteld en ook niet op de zitting is verschenen. In die omstandigheden vergen de redelijke belangen van Rabobank en het algemene belang van een vlot verlopend rechtsverkeer, dat de procedure tegen [gedaagde] kan worden voortgezet.

Schikkingsvoorstel

Rabobank heeft eind 2014 / begin 2015 aan zowel [A] als [gedaagde] een schikkingsvoorstel gedaan waarbij zij door betaling van een bedrag ineens of een maandelijkse betaling gedurende drie jaar van de restschuld af zouden zijn (finale kwijting). De hoogte van de bedragen was gebaseerd op de inkomsten en lasten van [A] en [gedaagde] die zij zelf hadden opgegeven aan Rabobank. Het bedrag ineens dat Rabobank voorstelde in het schikkingsvoorstel aan [gedaagde] (€ 30.287,88) was hoger dan het bedrag in het schikkingsvoorstel aan [A] (€ 7.200,-). Dat was omdat de financiële positie van [A] destijds een stuk slechter was dan die van [gedaagde] . Rabobank heeft bij beide schikkingsvoorstellen dezelfde uitgangspunten gehanteerd. [A] heeft het schikkingsvoorstel geaccepteerd en € 7.200,- betaald aan Rabobank. [gedaagde] heeft niets aan Rabobank laten weten naar aanleiding van het schikkingsvoorstel, ondanks een aangetekende herinneringsbrief aan [gedaagde] een half jaar later (augustus 2015).

Buitengerechtelijk incassokosten

[gedaagde] betwist dat dergelijke kosten zijn gemaakt door Rabobank. Volgens hem is er slechts sprake van één standaard sommatiebrief van 18 april 2017.

De rechtbank verwerpt dat verweer. Rabobank heeft met het overleggen van een groot aantal stukken voldoende onderbouwd dat zij kosten heeft moeten maken om deze vordering te innen. Het gevorderde bedrag voldoet aan artikel 6:96 lid 5 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en wordt toegewezen.

De beslissing

"De rechtbank veroordeelt [gedaagde] om aan Rabobank te betalen een bedrag van € 90.257,13 (negentig duizendtweehonderdzevenenvijftig euro en dertien eurocent), vermeerderd met de contractuele rente van 4,50% per jaar over het bedrag van € 78.016,33 met ingang van 16 mei 2017 tot de dag van volledige betaling,...."


Bron: Rechtspraak.nl

Modules & dossiers

Opvoerdatum

10 jul 2018

Laatst gewijzigd

10 jul 2018

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1