Een geldlener heeft een bedrag van € 350,- geleend. Hij diende dit bedrag binnen 30 dagen terug te betalen en hij betaalde voor de lening een kredietvergoeding van € 4,02. Om in aanmerking te komen voor de lening moest geldlener een door een derde gegeven garantie hebben. Geldlener had de keuze voor een persoonlijke garantstelling door bijvoorbeeld vrienden of familie, of een commerciële garantstelling. Geldlener heeft gekozen voor de commerciële garantstelling door een door Palden Finance aangedragen partij, Fairsecure. Voor die garantstelling is geldlener een vergoeding van € 87,50 verschuldigd aan Fairsecure.
Omdat de tussen partijen gesloten overeenkomst een kredietovereenkomst betreft, is Palden Finance gebonden aan regels omtrent (o.a.) maximale kredietvergoedingen. Deze regels zijn (thans) vastgelegd in titel 2a van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en het Besluit Kredietvergoeding. Partijen zijn het er over eens dat – als de kosten voor die garantstelling geacht worden onderdeel te zijn van kredietvergoeding – die regels overtreden worden.
Palden Finance betoogt dat de kosten voor de garantstelling buiten de kosten van het krediet vallen, maar dat betoog faalt. Onder kredietvergoeding vallen alle beloningen en vergoedingen, in welke vorm ook, die de kredietgever of de leverancier van de goederen of diensten ter zake van een kredietovereenkomst bedingt, in rekening brengt of aanvaardt. Dat geldlener de mogelijkheid had te kiezen voor een (kosteloze) persoonlijke garantstelling acht de kantonrechter niet doorslaggevend, omdat die keuze in feite ‘voor de vorm’ wordt geboden. Als een consument in zijn persoonlijke omgeving iemand heeft die voor een bepaald bedrag garant wil staan, kan hij (zeker als het gaat om een dergelijke kortlopende lening) dat bedrag net zo goed van die persoon lenen. Bij een organisatie als die van Palden Finance komt een consument in de praktijk alleen uit als hij geen andere mogelijkheden heeft. Daarmee wordt de consument (zij het indirect) gedwongen de dure commerciële garantstelling af te nemen.
De kosten voor de garantstelling moeten daarom geacht worden onderdeel te zijn van de kredietvergoeding. Omdat in dat geval de maximale kredietvergoeding wordt overschreden, is sprake van een overeenkomst die strijdig is met de wet, zodat sprake is van een nietige overeenkomst. Dat de garantstelling feitelijk aan een andere organisatie moet worden betaald is niet relevant, omdat de verhouding met die derde moet worden gekwalificeerd als een verplichte nevendienst in de zin van artikel 7:57 lid 2 BW.
Ook de stelling van Palden Finance dat het recht van Litouwen van toepassing is baat haar niet, omdat geldlener als consument daartegen beschermd wordt. De bescherming die hem op grond van Nederland recht geboden wordt, kan hem niet worden ontnomen.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99