MijnFintool

Nieuws

Echtscheiding en rentevergoeding overwaarde

Partijen zijn in 2005 gescheiden. De voormalige echtelijke woning is nog steeds niet verkocht. In het convenant zijn afspraken gemaakt over de echtelijke woning met een renteafspraak gekoppeld aan de verkoop.

Convenant

Zij zijn op 22 juni 2005 een echtscheidingsconvenant overeengekomen.
"De vrouw verkrijgt ten titel van vermogensoverheveling een vordering op de man ter grootte van 50% van de overwaarde per 1 januari 2006; de overwaarde wordt vastgesteld door partijen op € 100.000,= (verschil tussen de geschatte vrije verkoopwaarde en de op de woning rustende hypotheeklast per 1 januari 2006).

Op de vordering, althans het restant daarvan, wordt een vergoeding van 4% per jaar betaald, ingaande 1 januari 2007."

Vordering

De vrouw heeft de verschuldigde rente bij de ex-partner gevorderd. De kantonrechter heeft deze vordering afgewezen op de grond dat deze pas opeisbaar is zodra de woning is verkocht.

Hoger beroep

De vraag ligt voor of de in de tweede alinea van artikel 5 van het convenant opgenomen vergoeding opeisbaar is met ingang van januari 2007 of eerst als de woning is verkocht. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het convenant zonneklaar bepaalt dat de vordering pas opeisbaar is zodra de woning is verkocht. Daarbij heeft de kantonrechter overwogen dat gelet op de bewoordingen van de bepaling onder “vordering” ook de cumulatieve rente valt. De vrouw staat een andere uitleg van het convenant voor. Door haar is niet bestreden dat de bewijslast van deze uitleg bij haar ligt.

Het hof stelt voorop dat het convenant moet worden uitgelegd conform de Haviltex maatstaf: het komt niet alleen aan op de taalkundige uitleg van de bewoordingen, maar ook op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Door de vrouw wordt echter geen eenduidige stelling ingenomen ten aanzien van de vragen die bij de uitleg relevant zijn.

Uitleg convenant door bemiddelaar

In eerste aanleg is ook door de advocaat van de vrouw in de conclusie van repliek aangegeven dat de vraagstelling aan mr. [naam bemiddelaar] zou moeten zijn wát de bedoeling en de achtergrond van artikel 5 omtrent de vergoeding van 4 % per jaar ingaande 1 januari 2007 is geweest, omdat partijen het zelf niet weten en ook niet zelf hebben bedacht; zij konden er beiden ter zitting niets inhoudelijks over zeggen. De vrouw stelt weliswaar dat de renteclausule van artikel 5 is afgesproken júist met de reden dat de man de woning nog lang niet ging verkopen en dat zij intussen gecompenseerd zou worden voor het feit dat zij moest blijven wachten op haar overwaardetoedeling, maar deze stelling berust op een interpretatie achteraf door de vrouw en houdt geen stellingname in over de zin die partijen op het tijdstip van het sluiten van de het convenant over en weer aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Het hof komt tot de slotsom dat door de vrouw niet is voldaan aan haar stelplicht.


Bron: Rechtspraak.nl

Modules & dossiers

Opvoerdatum

31 jul 2018

Laatst gewijzigd

31 jul 2018

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1