De makelaar heeft op 11 oktober 2017 vanwege de verstoorde relatie tussen partijen besloten om de verkoopopdracht terug te geven. Op dit moment staat de woning niet (meer) in de verkoop. De man is in de woning blijven wonen en de ex-vrouw heeft een kort geding aangespannen.
De ex-vrouw vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de vrouw te machtigen om de woning te gelde te maken en om in dit verband alles te doen wat voor verkoop van deze woning noodzakelijk is.
Uitgangspunt is de afspraak tussen partijen, zoals neergelegd in het echtscheidingsconvenant, dat de woning zal worden verkocht. De vrouw hoeft er gelet hierop niet zonder meer mee akkoord te gaan dat de man de woning zal overnemen. Dat de man in staat is om de woning over te nemen voor een bedrag van € 225.000,00 is onvoldoende grond om van deze tussen partijen gemaakte afspraak af te wijken. Gelet op de stijgende lijn in de huizenprijzen, heeft de vrouw er belang bij dat de woning in de vrije verkoop wordt geplaatst teneinde een zo hoog mogelijke verkoopopbrengst te kunnen realiseren.
Voldoende aannemelijk is dat de man tot op heden geen medewerking heeft verleend aan de verkoop van de woning aan een derde.
Gelet hierop bestaat voldoende grond de (subsidiaire) vordering van de vrouw tot veroordeling van de man om zijn medewerking te verlenen aan het geven van een opdracht tot verkoop van de woning toe te wijzen als na te melden. Daarbij zal de voorzieningenrechter bepalen dat de man zijn medewerking dient te verlenen aan het verstrekken van een verkoopopdracht.
De door de vrouw gevorderde machtiging om de woning te gelde te maken wordt afgewezen. Ingevolge artikel 3:174 lid 1 BW dient daarvoor sprake te zijn van een gewichtige reden. Daarvan is hier niet gebleken. Daar komt bij dat deze voorziening, naast toewijzing van het subsidiair gevorderde, voorshands niet nodig is, zodat de vrouw onvoldoende belang heeft bij toewijzing in dit kort geding. Ook de primaire vorderingen onder 2 tot en met 4 tot het in de plaats stellen van dit vonnis van de toestemming van de man tot het in de verkoop geven van de woning, het sluiten van een koopovereenkomst en het meewerken aan de notariële eigendomsoverdracht, zullen op die grond worden afgewezen. Daar komt bij dat bij toewijzing van deze vorderingen een te ruime bevoegdheid aan de vrouw wordt toegekend om te handelen buiten medewerking van de man. Het gaat nog altijd om de verkoop van een huis dat mede zijn eigendom is.
De voorzieningenrechter veroordeelt de man om binnen 5 dagen na betekening van het vonnis zijn medewerking te verlenen aan het geven van een opdracht tot het bemiddelen bij de verkoop van de woning,
veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat hij niet aan de in 6.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99