De vrouw stelt zich op het standpunt dat de immateriële schadevergoeding van € 12.500,- aan haar verknocht is, nu deze naar zijn aard bestemd is om te dienen als compensatie voor het persoonlijk leed dat zij als gevolg van het ongeval heeft ondergaan en in de toekomst zal ondergaan. De immateriële schade-uitkering valt derhalve niet in de huwelijksgemeenschap.
De schadevergoeding wegens verlies van verdienvermogen van € 40.500,- is volgens de vrouw bedoeld als compensatie voor verlies van toekomstig arbeidsvermogen voor de duur van 40 jaar, derhalve € 1.012,50 per jaar. De vrouw rekent voor dat vanaf de peildatum (22 april 2016) nog een periode van 28 jaar en 3 maanden resteert, zodat van de schadevergoeding een gedeelte groot € 28.603,125 is bedoeld voor verlies van arbeidsvermogen in de periode na de peildatum. Dit gedeelte van de schade-uitkering valt derhalve niet in de huwelijksgemeenschap.
Het hof stelt het navolgende voorop. Artikel 1:94 lid 3 (oud) BW bepaalde dat goederen en schulden die aan een van de echtgenoten op enigerlei bijzondere wijze verknocht zijn, slechts in de gemeenschap vallen voor zover die verknochtheid zich hiertegen niet verzet. Bij de op 1 januari 2018 in werking getreden Wet van 24 april 2017, Stb. 2017, 177, tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet teneinde de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen te beperken, is deze regeling omtrent verknochtheid ongewijzigd opgenomen in het huidige art. 1:94 lid 5 BW.
Het hof overweegt met betrekking tot de immateriële schade-uitkering als volgt. De man heeft niet weersproken dat het hier om smartengeld gaat. Het hof is van oordeel dat een smartengelduitkering naar maatschappelijke normen kan worden aangemerkt als een verknocht goed. De strekking van het goed op het moment van de verkrijging is bepalend voor de beantwoording van de vraag of het goed verknocht is. Naar het oordeel van het hof kan ook met betrekking tot een geldsom die ontvangen is tijdens het huwelijk ook tot een verknochtheid concluderen mits deze geldsom te herleiden is naar een verknochte aanspraak op schadevergoeding.
De totale schadevergoeding is in twee termijnen voldaan van € 17.000,- en van € 55.000,-. Door de betalingen is de huwelijksgemeenschap mede gebaat door het bedrag dat betrekking heeft op de immateriële schade van € 12.500,-. Als gevolg hiervan heeft de vrouw in beginsel een vergoedingsrecht jegens de gemeenschap.
De rechtsvraag die thans moet worden beantwoord is of de vrouw dit vergoedingsrecht jegens de gemeenschap kan effectueren. Uit de toelichting op de grief volgt dat de vrouw stelt dat nagenoeg de gehele schadevergoeding in de gemeenschap is opgegaan. Door de man is verweer gevoerd. Het hof stelt vast dat de vrouw geen maatregelen heeft genomen om de aan haar uitgekeerde bedragen afzonderlijk te administreren ten opzichte van de gemeenschap. Nu de vrouw zelf stelt dat de ten behoeve van haar uitgekeerde bedragen in de gemeenschap zijn opgegaan mocht de man erop vertrouwen dat het ook haar instemming had dat de bedragen ten behoeve van de gemeenschap zijn aangewend. Het hof acht het niet redelijk en billijk dat de vrouw thans nog haar vergoedingsrecht met betrekking tot de immateriële schade ten aanzien van de gemeenschap kan effectueren. Gelet hierop zal het hof het verzoek van de vrouw te bepalen dat zij gerechtigd is tot een reprise uit de huwelijksgoederengemeenschap afwijzen.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad valt af te leiden dat een vergoeding wegens verlies aan verdiencapaciteit onder omstandigheden eveneens aangemerkt kan worden als verknocht. Bepalend voor het antwoord op de vraag of er sprake is van verknochtheid is de strekking op moment van de verkrijging. Onder strekking verstaat het hof het doel waarvoor de schadevergoeding is gegeven.
Naar het oordeel van het hof valt in het geheel niet vast te stellen op welke wijze het verlies aan verdiencapaciteit is berekend en evenmin is vast te stellen op welke periode deze betrekking heeft.
Op basis van de door de vrouw verstrekte gegevens kan het hof derhalve niet vaststellen of het gedeelte van de door de vrouw ontvangen schadevergoeding dat betrekking heeft op verlies aan verdienvermogen als verknocht moet worden aangemerkt.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99