Uit de door de deelnemer overgelegde stukken is voldoende gebleken dat de deelnemer op 3 februari 2017 een brief heeft verzonden naar het bij haar bekende adres met daarin de vereiste vooraankondiging. Dat daarop het verkeerde huisnummer stond ligt in de risicosfeer van betrokkene. Het foute nummer stond in de overeenkomst en op de incassomachtiging. Het had op de weg van betrokkene gelegen om, indien dat huisnummer niet juist was, daarvan melding te maken aan de deelnemer.
Zie bij downloads de volledige uitspraak 'Verkeerde huisnummer'
Een achterstallig bedrag van EUR 420 dat inclusief rente is opgelopen tot bijna het tienvoudige daarvan te weten een bedrag van EUR 3.863 is in 2015 via loonbeslag voldaan. In een vonnis vo
nnis d.d. 31 januari 2002 was betrokkene veroordeeld tot betaling. De deelnemer heeft de incasso van de vordering echter voor meerdere jaren , van 2003 tot 2015, stilgelegd.
Hoewel het uitgangspunt is dat een schuldenaar zelf verantwoordelijk is voor betaling van de schuld, is in dit geval het tijdsverloop tussen de registratie en het opnieuw trachten te incasseren van de al in 2001 opgeëiste vordering dermate lang geweest, dat betrokkene daar onevenredig door wordt gedupeerd nu deze registratie bij ongewijzigde instandhouding nog jaren zichtbaar zal blijven.
De registratie dient dan ook verwijderd te worden.
Zie bij downloads de volledige uitspraak 'Opgeschort incassotraject'
Hoewel het gaat om een laag bedrag (een voedingsverplichting van 20 euro per maand), was sprake van een onregelmatig betalingspatroon. De aangevochten registratie is voorts niet de enige negatieve registratie op naam van betrokkene. In die omstandigheden weegt het belang van betrokkene (in verband met het risico op overkreditering) en kredietaanbieders bij handhaving van de registratie zwaarder dan het belang van betrokkene om (nieuwe) leningen aan te kunnen gaan.
Zie bij downloads de volledige uitspraak 'Termijnbedrag €20'
Er is sprake van een betwiste vordering. De betrokkene heeft niet de onjuistheid van de achterstandscodering en bijzonderheidscodering gesteld. De Geschillencommissie is uitsluitend bevoegd uitspraak te doen in geschillen over onjuiste en/of onterechte registratie van gegevens bij het Bureau Krediet Registratie. De Commissie kan slechts summierlijk toetsen of er wel of niet sprake is van een openstaande vordering. Betrokkene baseert zijn stelling uitsluitend op een brief van [incassobureau] van 2 juni 2014 waarin staat dat niets meer te vorderen is. Betrokkene legt echter geen stukken over waaruit blijkt dat de vordering volledig is voldaan. Het had op de weg van de betrokkene gelegen om aan te tonen dat de vordering betaald is. Dit had betrokkene bijvoorbeeld kunnen doen door bankafschriften uit die periode te overleggen. Dit heeft de betrokkene nagelaten.
De klacht van betrokkene heeft geen betrekking op de vraag of de registratie technisch juist is, dat wil zeggen in overeenstemming met het Reglement is aangebracht
Zie bij downloads de volledige uitspraak 'Summierlijke toetsing'
Consument heeft zich niet als een goed debiteur gedragen door geen contact op te nemen met de deelnemer toen de betalingsproblemen zich aandienden en contact te blijven onderhouden met de deelnemer toen zij verhuisde. Hoewel betrokkene onbetwist stelt vervelende persoonlijke omstandigheden te hebben gehad in de betreffende periode, moet zij op de hoogte zijn geweest van het bestaan van de schuld, en voor zover zij dat niet was, zoals zij stelt, heeft zij dat zelf veroorzaakt door te verhuizen zonder op adequate wijze een adreswijziging op te geven.
Zie bij downloads de volledige uitspraak 'Contact houden'
Betrokkene was samen met haar ex-partner eigenaar. In 2012 is de relatie beëindigd. Haar ex-partner bleef in het huis wonen en zou de maandlasten voor zijn rekening nemen. In 2013 heeft betrokkene moeten vaststellen dat haar ex-partner vanaf juni 2013 de maandelijkse hypotheeklasten niet meer had voldaan. Een deel van de achterstand heeft betrokkene (onverschuldigd) betaald. In maart 2016 werd de woning verkocht en bleef een restschuld over van EUR 113.089,50. Een deel betrof de achterstallige rentelasten van in totaal EUR 24.385,92. Dit bedrag diende de ex-partner te dragen, dat heeft de rechter geoordeeld. De ex-partner wilde niet meewerken aan betaling van de volledige schuld en heeft een minimale betalingsregeling getroffen. Betrokkene heeft de volledige achterstand ad EUR 112.699,50 aan de deelnemer voldaan op 21 december 2016. Hoewel de restschuld is voldaan, staat er geen H.
De proportionaliteitstoets valt in het voordeel van consument uit omdat betrokkene de nog immer zeer hoge restschuld in één keer heeft betaald, zodat de deelnemer geen afboekingen op de schuld heeft moeten doen en terwijl inmiddels door een rechter was uitgemaakt dat in de onderlinge verhouding haar ex-partner (grotendeels) verantwoordelijk was voor de inlossing van de schuld. Alles overziende acht de Commissie de registratie van de A disproportioneel.
Zie bij downloads de volledige utispraak 'Restschuld en OHA'
Bron: BKR
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99