De Commissie stelt vast dat de kernvraag is of Consument erop mocht vertrouwen dat de geldlening van ƒ 100.000,- zou zijn afgelost aan het eind van de looptijd van de geldlening. De Commissie oordeelt dat Consument een dergelijk vertrouwen niet mocht koesteren en motiveert dat oordeel als volgt.
De Commissie merkt op dat van consumenten verwacht mag worden dat zij de inhoud van aangeboden stukken controleren en in geval van onjuistheden en/of onduidelijkheden in contact treden met de Bank De opmerking van Consument dat hij erop mocht vertrouwen dat de geldlening zou worden afgelost in 360 maandtermijnen van ƒ 65,75 overtuigt de Commissie niet.
Ten eerste blijkt uit de financiële jaaroverzichten die Consument door de jaren heen van de Bank ontving dat er op het leningdeel slechts een bedrag van € 375,- per jaar wordt afgelost.
Daarnaast merkt de Commissie op dat een eenvoudige rekensom Consument had geleerd dat de lening nooit uit 360 maandtermijnen van ƒ 65,75 had kunnen worden afgelost. De uitkomst van die som is een bedrag dat nog geen kwart beslaat van de totale geleende geldsom van ƒ 100.000,-. Het had naar het oordeel van de Commissie op de weg van een omzichtige en oplettende consument gelegen om zich tot de Bank te wenden en te doorgronden hoe de lening zou worden afgelost. Consument heeft die vragen niet gesteld en mocht er om die reden niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat zijn geldlening aan het eind van de looptijd zou zijn afgelost.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99