Het DGS wordt van oudsher gefinancierd door de banken. Sinds enkele jaren schrijft Europese wetgeving voor om een nationaal depositogarantiefonds op te bouwen, dat wordt gebruikt om spaarders hun gegarandeerde bedrag uit te keren als een bank faalt. Fondsvorming heeft een aantal belangrijke voordelen.
Allereerst is dit model in lijn met het principe van ‘de vervuiler betaalt’, een bank die failliet gaat heeft meebetaald aan de kosten die het DGS maakt.
Daarnaast maakt fondsvorming het mogelijk om de bijdragen van een bank aan het fonds te koppelen aan het risico van diezelfde bank, waardoor banken een prikkel hebben om minder risico’s aan te gaan.
Tot slot beperkt fondsvorming mogelijke besmettingseffecten waar in het verleden de kosten van een DGS uitkering meteen op de sector moest worden verhaald. Het fonds wordt gedurende ruim acht jaren opgebouwd, waardoor de kosten van het DGS voor de banken gelijkmatig worden verspreid over de tijd.
In Nederland dragen banken sinds 2016 ieder kwartaal premies af aan het depositogarantiefonds. In totaal gaat het per kwartaal om een bedrag van ruim 100 miljoen euro. De direct beschikbare middelen van het depositogarantiefonds zijn daardoor in het derde kwartaal van 2018 toegenomen tot meer dan 1 miljard euro.
Het Depositogarantiefonds blijft de komende jaren verder doorgroeien totdat in 2024 een doelomvang wordt bereikt van 0,8% van de door het Nederlandse DGS gegarandeerde deposito’s. De afgelopen jaren is het door het DGS gegarandeerde bedrag licht gestegen van ca. 461 miljard euro per eind 2015 tot ongeveer 486 miljard euro per eind maart 2018. Op basis van de doelomvang van 0,8% bereikt het fonds in 2024 waarschijnlijk een omvang van 4,5 miljard euro (op basis van 2% gemiddelde groei) tot 5,1 miljard euro (4% gemiddelde groei).
Sinds eind 2015 onderhandelen Europese lidstaten over de totstandkoming van het ‘European Deposit Insurance System’ (EDIS) als derde pijler van de bankenunie, naast het gezamenlijke bankentoezicht en het gezamenlijke resolutiekader. EDIS dient niet ter vervanging van nationale DGS’en, maar tilt de financiering binnen de bankenunie naar een gezamenlijk niveau.
Het aantoonbaar terugdringen van risicoverschillen tussen lidstaten – bijvoorbeeld door het aanpakken van niet-presterende leningen op bankbalansen en het effectiever maken van nationale faillissementswetgeving – wordt als voorwaarde beschouwd voor de totstandkoming van EDIS. Indien EDIS daadwerkelijk wordt ingevoerd, vloeien de middelen uit het nationale Depositogarantiefonds naar een gezamenlijk Europees fonds.
Bron: DNB
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99