Betrokkene heeft zich niet aan de opgelegde plicht tot verkoop van de woning gehouden. De uitkeringsgerechtigde heeft vervolgens een nieuwe aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag ingevolge de Participatiewet (PW).
Het college heeft de aanvraag afgewezen. Aan de besluitvorming heeft het college ten grondslag gelegd dat appellante niet heeft voldaan aan de verhuisplicht en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan tot bijstandsverlening zou moeten worden overgegaan.
Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat in haar geval sprake was van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een dergelijke inspanning niet in redelijkheid van haar kon worden gevergd. Het ontstaan van een restschuld op de hypotheekverplichting die bij verkoop van de woning zou ontstaan, is dat niet.
Met een schuld kan rekening worden gehouden via de beslagvrije voet of eventuele schuldsanering, zodat de maandelijkse lasten weer beheersbaar worden. De medische situatie van appellante kan evenmin als een zodanige bijzondere omstandigheid worden aangemerkt. Appellante heeft niet met medische stukken onderbouwd dat zij als gevolg van haar medische beperkingen niet in staat was om, eventueel met hulp van derden, te verhuizen naar een andere woning.
Met de rechtbank moet dan ook worden geoordeeld dat het college terecht de aanvraag om bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag heeft afgewezen. De extra woonkosten, voor zover deze niet uit het reguliere inkomen konden worden voldaan, waren wegens niet-nakoming van de verhuisplicht niet aan te merken als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan, in de zin van artikel 35, eerste lid, van de PW.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99