MijnFintool

Nieuws

MvA wet herstel en afwikkeling van verzekeraars

Minister Hoekstra stuurde de Eerste Kamer de memorie van antwoord inzake het wetsvoorstel Wet herstel en afwikkeling van verzekeraars.

Download 'Bijlage Memorie van antwoord wet herstel en afwikkeling van verzekeraars' (pdf, 10 pagina's)

Verzekeringscrediteuren

Wanneer een verzekeraar faalt of waarschijnlijk zal falen, is het onvermijdelijk dat de vorderingen van schuldeisers niet allemaal volledig zullen kunnen worden voldaan. De verzekeraar voldoet immers niet langer aan de financiële eisen en beschikt niet over voldoende middelen om alle aanspraken volledig na te komen. In die situatie bestaat de mogelijkheid dat ook verzekeringscrediteuren, waaronder crediteuren met een uitkerende pensioen- of arbeidsongeschiktheidsverzekering of polishouders met een pensioenverzekering in de opbouwfase, geconfronteerd worden met een verlaging van hun aanspraak. Het zal in de praktijk niet voorkomen dat een verzekeringscrediteur zijn aanspraken geheel kwijtraakt. Naar verwachting zal zowel in faillissement als bij afwikkeling altijd een betrekkelijk hoog percentage op de vordering kunnen worden uitgekeerd. Een verzekeraar beschikt over een omvangrijke activapositie die bij faillissement door het hoge voorrecht altijd aan de polishouders ten goede zal komen. Op het moment van de faillissementsaanvraag zal die positie nog ten minste deels intact zijn.

Verzekeringscrediteuren hebben in faillissement een bijzonder bevoorrechte vordering op de boedel.

Spaarpolis en hypotheek

In het geval waarin de wederpartij van de verzekeraar een hypotheekkrediet heeft gekregen en daar tegenover een verzekering heeft gesloten met een spaardeel, zullen dus de hypotheekschuld en het inmiddels opgebouwde spaardeel tot hun gezamenlijke beloop tenietgaan. Daarbij zij aangetekend dat voor verrekening in faillissement niet is vereist dat de vordering op de gefailleerde al opeisbaar is.

*** Waarom is er niet voor gekozen om met dit wetsvoorstel een garantiestelsel voor verzekerden in te voeren analoog aan de depositogarantie en de beleggerscompensatieregeling.

In Nederland zijn slechts enkele specifieke typen verzekeringsovereenkomsten onderworpen aan een garantie. Het betreft in ieder geval de zorgverzekering en aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Voor andere schadeverzekeringen en voor levensverzekeringen bestaat niet een dergelijk garantiestelsel en daar wordt ook thans niet voor gekozen.

Van belang is in de eerste plaats om op te merken dat een belangrijke grond voor de depositogarantie en beleggerscompensatie niet van toepassing is op verzekeringen. Beide stelsels strekken er toe te voorkomen dat deposanten en beleggers zich bij dalend vertrouwen in de financiële instelling geroepen voelen hun middelen weg te halen. Zij verminderen, kort gezegd, het risico op een bank run. Dat specifieke risico doet zich bij verzekeraars niet voor en een garantiestelsel is om die reden dan ook niet nodig.

In de tweede plaats geldt dat verzekeringscrediteuren (zowel bij een schade- als levensverzekeraar) een bijzonder bevoorrechte vordering op de boedel genieten. Dit gegeven, in samenhang met het nieuwe regime uit dit wetsvoorstel, betekent dat de schade voor polishouders in afwikkeling of faillissement zoveel mogelijk beperkt kan worden. Daarmee wordt het met een garantiestelsel beoogde effect – bescherming van polishouders – op een andere wijze bereikt. Depositohouders bij een failliete bank kennen niet een dergelijk bijzondere bevoorrechting. Zij zijn weliswaar bevoorrecht schuldeiser, maar zij vinden in de rangorde nog een aantal belangrijke crediteuren, zoals de fiscus, voor zich.

Ten derde geldt dat een garantiestelsel – indien het ook voor uitzonderlijke situaties een geloofwaardige dekking dient te bieden - gegeven de omvangrijke Nederlandse (levens-) verzekeringsmarkt een zeer kostbare aangelegenheid is die daardoor voor de polishouders aanmerkelijk hogere kosten mee zou brengen. De af te geven garantie zou in een dergelijk stelsel omvangrijk moeten zijn gegeven de grote bedragen die bijvoorbeeld met een pensioenverzekering, kapitaalverzekering voor de eigen woning of arbeidsongeschiktheidsverzekering, gemoeid kunnen zijn. Ex post financiering van een garantiestelsel ligt daarbij, vanwege de besmettingseffecten van het falen van een middelgrote of grote verzekeraar, niet in de rede. Ex ante financiering zou vergen dat zeer omvangrijke middelen bijeen gebracht moeten worden, die daarmee worden onttrokken aan de verzekeringssector, teneinde een geloofwaardige garantie te kunnen afgeven. Vanwege de hoge kosten is niet wenselijk.

Ten slotte kan nog worden opgemerkt dat een garantiestelsel voor bepaalde verzekeringen negatieve externe effecten kan hebben. Zo zou een garantie voor pensioenverzekeringen gevolgen kunnen hebben voor de positionering van pensioenverzekeraars ten opzichte van de bedrijfstak- of ondernemingspensioenfondsen. Voor deze fondsen geldt immers geen garantie, aangezien aanspraken worden bevroren of zelfs verlaagd in geval van tekorten bij het betreffende fonds.

Bron: Rijksoverheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

05 sep 2018

Laatst gewijzigd

05 sep 2018

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1