Voor de financiële houdbaarheid van het studiefinancieringsstelsel en de overheidsfinanciën in den brede op de lange termijn, wil de regering de rentemaatstaf aanpassen. De rente op studieleningen wordt nu gerelateerd aan de 5-jaarsrente en is lager dan de rente die hoort bij de gemiddelde looptijd van de studielening. De overheid draagt de lasten voor dit verschil, ook wanneer oud-studenten ruim voldoende inkomsten hebben. Om de financiële houdbaarheid van het stelsel te verbeteren is daarom in het regeerakkoord de maatregel opgenomen om de rente op studieleningen onder het studievoorschot te baseren op de 10-jaarsrente in plaats van op de 5-jaarsrente. De gemiddelde rentesubsidie van de overheid aan de student wordt hiermee verkleind.
De regering is van mening dat op dit moment een te groot verschil bestaat tussen de rente die de overheid moet betalen op de kapitaalmarkt voor de leningen van de student en de rente die de (oud)-studenten moeten betalen over die lening. Voor de student geldt nu de 5-jaarsrente. De rente die de Staat zelf voor studieleningen betaalt, heeft echter een langere looptijd dan 5 jaar, omdat de lening gemiddeld veel langer uitstaat. De hoogte van de rente is afhankelijk van de looptijd van een lening. Doorgaans geldt: hoe langer de rentelooptijd, hoe hoger de rente. Met de 5-jaarsrente is er dus sprake van een rentesubsidie van de overheid aan de student.
De 10-jaarsrente gaat gelden voor studenten die op of na 1 januari 2020 beginnen aan een opleiding in het hoger onderwijs. In het regeerakkoord staat vermeld dat de maatregel gaat gelden voor studenten die onder het studievoorschot vallen. Dit geldt voor studenten die op of na 1 september 2015 aan een bachelor of master begonnen zijn. De maatregel wordt alleen voorgesteld voor nieuwe studenten die op of na de datum van inwerkingtreding beginnen aan een opleiding in het hoger onderwijs. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2020. Hiermee worden voor de huidige studenten die onder het studievoorschot vallen de regels niet tijdens de studie gewijzigd (de student heeft gekozen voor een lening met de dan geldende voorwaarden). Dit betekent dat ook mbo-afgestudeerden die vanaf 2020 doorstromen naar het hoger onderwijs en daarmee onder het studievoorschot gaan vallen, te maken krijgen met de nieuwe rentemaatstaf. Bij doorstuderen na het mbo werkt het immers zo dat ook de lening die tijdens de mbo-opleiding is aangegaan, wordt overgezet naar de ho-leenvoorwaarden.
De rentemaatstaf die geldt voor het levenlanglerenkrediet blijft gebaseerd op de 5-jaarsrente omdat de terugbetaaltermijn die hoort bij het levenlanglerenkrediet 15 jaar is. De rentemaatstaf voor studieleningen in het mbo blijft gebaseerd op de 3 tot 5-jaarsrente.
Studenten die in 2020 of daarna beginnen aan een studie in het hoger onderwijs, zullen doorgaans te maken krijgen met een hogere rente op de geleende studiefinanciering. Wanneer er voldoende draagkracht is, zal dat resulteren in een hoger terug te betalen bedrag. Hoe groot het verschil is, hangt af van de rentes in de toekomst en die zijn onbekend. Op basis van de gemiddelde rentes in de afgelopen tien jaren was de 10-jaarsrente 0,78 procentpunt hoger dan de 5-jaarsrente en zal het maandelijks terug te betalen bedrag ongeveer 18% hoger zijn voor studenten met volledige draagkracht. Bij een gemiddelde schuld van 21.000 euro zou het maandbedrag bij de 5-jaarsrente ongeveer 70 euro zijn en bij de 10-jaarsrente ongeveer 82 euro. Zolang er sprake is van onvoldoende draagkracht vanwege een laag inkomen, dan heeft de gewijzigde rentemaatstaf geen gevolgen voor het te betalen maandbedrag.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99