[Eiser = belastingplichtige], [Verweerder = Belastingdienst]
Bij brief van 31 mei 2016, ontvangen door verweerder op 2 juni 2016, heeft eiser een adreswijziging doorgegeven, zijnde [adres 2] te [plaats]. Dit heeft evenwel niet geleid tot een aanpassing van de gegevens in het systeem van verweerder.
Bij brief van 30 september 2016 heeft verweerder eiser uitgenodigd tot het doen van aangifte IB/PVV voor het jaar 2015. Die brief is gestuurd naar het adres [adres 1], eisers oude adres.
Eiser voert aan dat hij pas na ontvangst van het dwangbevel van het bestaan van de aanslag IB/PVV 2015 op de hoogte is geraakt. De uitnodiging noch aanslag is per post ontvangen. Volgens eiser heeft hij de digitale berichtenbox pas na ontvangst van het verweerschrift geactiveerd en heeft hij nimmer kenbaar gemaakt via de berichtenbox bereikbaar te zijn. Verder voert eiser aan dat hij ook geen aanleiding eigener beweging een aangifte in te dienen omdat hij ervan uit ging dat zijn werkgever alle loonheffing had ingehouden en er verder geen belastbaar inkomen was. Gelet op de gang van zaken is het volgens eiser onredelijk dat de verzuimboete is opgelegd.
Verweerder stelt dat dat de aanslag, met het plaatsen van de aanslag in de digitale berichtenbox van eiser, op de juiste wijze bekend is gemaakt. Het bezwaar is daardoor terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Op grond van artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden besluiten gericht tot een belanghebbende bekend gemaakt door toezending of uitreiking aan die belanghebbende. Met die toezending wordt bedoeld het fysiek per post versturen. Op grond van artikel 2:14 van de Awb kan een bestuursorgaan een bericht elektronisch verzenden voor zover de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is. Artikel 3a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) bepaalt in afwijking hiervan dat in het verkeer tussen belastingplichtigen en de inspecteur een bericht uitsluitend elektronisch verzonden wordt. De Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst geeft uitvoering aan voornoemd artikel 3a Awr.
Verweerder heeft aangevoerd dat, hoewel gebleken is dat de adreswijziging van eiser abusievelijk niet is verwerkt waardoor eiser de per post verzonden aanslag niet heeft ontvangen, de aanslag met het plaatsen in de digitale berichtenbox op de juiste wijze aan eiser is bekendgemaakt. Verweerder verwijst daarbij naar artikel 3a van de Awr.
De rechtbank volgt verweerder hierin niet. Volgens artikel 3a, eerste en derde lid van de Awr, in samenhang met artikel 3 van de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst en de Bijlage behorende bij de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst, geldt voor het opleggen van een (ambtshalve) aanslag dat de bekendmaking daarvan niet uitsluitend digitaal plaatsvindt. Hetzelfde heeft te gelden voor de uitnodiging tot het doen van aangifte en voor de aanmaning daartoe.
Nu vaststaat dat de per post verzonden aanslag niet naar het juiste adres is verzonden en deze eiser niet heeft bereikt, is de aanslag niet op juiste wijze aan eiser bekend gemaakt.
Vaststaat dat eiser niet op de juiste wijze is uitgenodigd tot het doen van aangifte, deze is immers eveneens aan het onjuiste adres verzonden, en ook overigens is niet gebleken dat verweerder een aanmaning tot het doen van aangifte aan het juiste adres heeft verzonden. Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat eiser niet kan worden beboet voor het feit dat hij niet of niet tijdig aangifte heeft gedaan. De boete moet dan ook worden vernietigd.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99