Aan de orde is de vraag of de bewindvoerder in de zorg van een goed bewindvoerder tekort is geschoten en of er een schadevergoeding dient te worden vastgesteld. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:444 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is een bewindvoerder jegens de rechthebbende aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekort schiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Op grond van artikel 1:445 lid 5 juncto 1:362 BW kan de rechter de schade vaststellen die de rechthebbende door slecht bewind van de bewindvoerder geleden heeft en de bewindvoerder tot vergoeding daarvan veroordelen.
De vraag die allereerst beantwoord dient te worden is of de opzegging van de inbraakverzekering kwalificeert als een gewone beheersdaad, als bedoeld in artikel 1:441, tweede lid onder a BW, waarvoor de bewindvoerder geen toestemming van [appellant = onder bewind gestelde persoon] (of machtiging van de kantonrechter) hoefde te vragen.
Met de rechtbank beantwoordt het hof deze vraag bevestigend. Onder beheer moet in dit verband worden verstaan alles wat moet worden gedaan in het kader van een normale exploitatie van de onder bewind gestelde goederen. Of sprake is van normale exploitatie dient te worden beoordeeld naar de omstandigheden van het geval.
Ook acht het hof van belang dat het afsluiten of aanhouden van een inboedelverzekering niet wettelijk verplicht is en dat een dergelijke verzekering strekt ter bescherming tegen verlies van goederen en/of vermogen, waarvan de bewindvoerder hier nou juist mocht veronderstellen dat deze/dat er niet waren/was. Niet betwist is dat de bewindvoerder werd gesteld voor de noodzaak om de jaarpremie voor de inboedelverzekering te voldoen, op straffe van royement met bijkomende kosten. Evenmin is betwist dat voor voldoening van de jaarpremie onvoldoende gelden op de beheerrekening aanwezig waren en ook onvoldoende gelden beschikbaar zouden komen als bijvoorbeeld het telefoonabonnement zou worden opgezegd. Onder de geschetste omstandigheden is het opzeggen van de inboedelverzekering een gewone beheersdaad waarvoor geen toestemming van [appellant] nodig was.
De bewindvoerder was niet op de hoogte van de mogelijkheid dat [appellant] bezittingen had met een aanzienlijke waarde. Het opzeggen van de inboedelverzekering bij een minimale financiële ruimte en om voorrang strijdende financiële verplichtingen van de onder bewind gestelde is dan niet onzorgvuldig.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99