De onderzoekers concluderen dat de rioolheffing sinds 2006 in enkele gemeenten wel is gestegen. Dit is het geval in gemeenten waar het verlies aan inkomsten uit de ozb groter was dan de compensatie die de gemeenten van de Rijksoverheid ontvingen. De rioolheffing was voor de beperking van de ozb in deze gemeenten niet kostendekkend. Het CPB vindt geen aanwijzingen dat andere onderzochte heffingen aangepast zijn na het beperken van de ozb op woningen. Het gaat dan om de afvalstoffenheffing, de ozb die wordt betaald door huishoudens of bedrijven en de toeristenbelasting. Andere lokale heffingen, zoals bijvoorbeeld de parkeer- of precariobelasting, konden niet onderzocht worden. De resultaten uit het onderzoek doen vermoeden dat gemeenten voornamelijk hun uitgaven aanpassen na een verandering in de financiering van de Rijksoverheid en niet hun lokale heffingen. Deze uitkomst is in lijn met veel ander onderzoek naar de financiële beslissingen van gemeenten.
Deze uitkomst is relevant omdat er momenteel veel voorstellen circuleren om gemeenten meer belastingen te laten heffen in ruil voor minder geld van de Rijksoverheid. Uit het onderzoek blijkt dat zo’n hervorming niet gepaard hoeft te gaan met hogere lokale lasten voor bepaalde huishoudens of bedrijven. Extra beleidsmaatregelen, die lastenverzwaring voor specifieke groepen beperken, lijken daarmee niet nodig.
Download: "Gevolgen van het afschaffen van de ozb voor gebruikers van woningen op de andere gemeentelijke heffingen" (pdf, 38 pagina's)
Bron: CPB
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99