Tot 7 oktober 2008 bedroeg de dekking in Nederland 40.000 euro, met een eigen risico van 10% over de tweede 20.000 euro. Op 7 oktober 2008 maakte de minister van Financiën bekend de dekking van het Nederlandse depositogarantiestelsel voor onbepaalde tijd te verhogen tot 100 000 euro, zonder een eigen risico voor spaarders.
In 2009 is in Europa besloten tot afschaffing van de mogelijkheid om deposanten een eigen risico op te leggen. De gedachte daarachter was dat een eigen risico voor deposanten de beschermende werking van het DGS ondergraaft en daarom niet effectief zou zijn in het voorkomen van een bank run. Spaarders hebben, indien zij zijn blootgesteld aan een eigen risico, altijd een prikkel om als eerste geld weg te trekken uit een bank.
Zo bleek uit onderzoek en in de praktijk (o.a. Northern Rock in 2007) dat in geval van een eigen risico alle deposanten een prikkel hebben om bij onzekerheid over de stabiliteit van hun bank, het deposito op te nemen om (deel)verliezen te voorkomen. Mede hierom kent wereldwijd vrijwel geen enkel land nog een eigen risico.
Er bestaat op dit moment op grond van de DGS-richtlijn ruimte om op nationaal niveau voor bepaalde gevallen een tijdelijk hogere dekking door het DGS te bieden. Het gaat bijvoorbeeld om financiële middelen die samenhangen met de aan- of verkoop van een huis. Ook kunnen tijdelijke deposito’s met een sociaal doel zoals een huwelijk of pensioen gedekt worden. Hetzelfde geldt voor de uitbetaling van een verzekering. De tijdelijke dekking van dergelijke deposito’s is ten minste drie maanden en ten hoogste twaalf maanden. Ook het Nederlandse DGS dekt bepaalde tijdelijk hogere deposito’s. Deposito’s die tijdelijk worden aangehouden in verband met de aan- of verkoop van een huis zijn tot maximaal 500.000 euro gedekt tot drie maanden na storting.
Premies die banken aan het DGS betalen, zijn gekoppeld aan de risicograad van een bank. Dit gebeurt op dit moment op nationaal niveau, al verschilt de methodiek tussen de lidstaten.
Onder een toekomstig EDIS zal ook sprake zijn van risicosensitiviteit van de premies. De koppeling aan de risicograad kan op verschillende manieren worden vormgeven.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99