De Hoge Raad heeft een uitspraak gedaan in het voordeel van de (ex)werknemer.
Een werknemer heeft zich per 10 juni 2014 opnieuw ziekgemeld. Hem is met ingang van die datum een IVA-uitkering toegekend. Op 17 mei 2016 heeft de Stichting bij het UWV een ontslagvergunning aangevraagd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Bij beslissing van 25 mei 2016 heeft het UWV deze toestemming verleend. Bij brief van 31 mei 2016 heeft de Stichting de arbeidsovereenkomst opgezegd per 23 augustus 2016.
Op 30 april 2018 heeft ex-werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Het Hof kende eerder een transitievergoeding van € 73.514,42 bruto toe aan de ex-werknemer.
De rechter dient bij de beoordeling of de toepassing van een wettelijke regel in een bepaald geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (art. 6:2 lid 2 BW of art. 6:248 lid 2 BW), terughoudendheid te betrachten. Dit geldt te meer indien het gaat om een regel van dwingend recht.
Het abstracte en gestandaardiseerde karakter van de regeling van de transitievergoeding komt onder meer hierin tot uiting, dat voor de aanspraak niet van belang is of de werknemer na het eindigen van de arbeidsovereenkomst werkloos is, dan wel aansluitend een andere baan heeft gevonden. Ook werknemers van wie de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd wegens twee jaren van ziekte (art. 7:669 lid 3, aanhef en onder b, BW in verbinding met art. 7:670 lid 1, aanhef en onder a, BW), hebben recht op een transitievergoeding.
De wetgever heeft onder ogen gezien dat de wettelijke regeling van de transitievergoeding ertoe kan leiden dat een werknemer die kort voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd wordt ontslagen, recht heeft op een transitievergoeding die hoger is dan het loon dat hij zou hebben ontvangen wanneer hij in dienst zou zijn gebleven.
Kan een transitievergoeding als bijzonder inkomen bij de berekening voor de huurtoeslag buiten beschouwing worden gelaten? De Rechtbank stelt dat een transitievergoeding geen uitzondering is die genoemd wordt in artikel 2b, eerste lid. In het Bht zijn bestanddelen van het toetsingsinkomen vermeld die op verzoek bij de toepassing van artikel 7, eerste en tweede lid, van de Awir, voor zover het betreft het toekennen van huurtoeslag, buiten beschouwing blijven. Onder b van dit artikellid is als een dergelijk bestanddeel vermeld: nabetalingen van inkomsten als bedoeld in afdeling 3.3 en 3.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99