MijnFintool

Nieuws

Fiscale gevolgen te laat aankopen uitkering bij expiratie of deblokkering pensioen- of loonstamrecht?

De fiscale wet- en regelgeving stelt bij de expiratie van een pensioen- of loonstamrechtpolis of bij de deblokkering van een loonstamrechtspaarrekening of een loonstamrechtbeleggingsrecht een uiterst tijdstip voor de aankoop van een recht op pensioen- of loonstamrechtuitkeringen.
Welke fiscale gevolgen verbindt de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) aan het verstrijken van dit uiterste tijdstip, dan wel van de redelijke termijn voor de aankoop van een recht op pensioen- of loonstamrechtuitkeringen?

Door het verstrijken van het uiterste tijdstip, dan wel van de redelijke termijn voor aankoop van een pensioen- of loonstamrechtuitkering treedt artikel 19b, eerste lid, onderdeel a, Wet LB in werking. Er is dan geen sprake meer van een pensioen- en/of loonstamrechtregeling in de zin van de Wet LB. In dat geval wordt de waarde van de pensioen- of loonstamrechtaanspraak op het tijdstip dat onmiddellijk vooraf gaat aan het verstrijken van het uiterste tijdstip, dan wel van de redelijke termijn, aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer of gewezen werknemer dan wel, indien deze is overleden, van de gerechtigde tot de aanspraak. De uitvoerder van het pensioen of het loonstamrecht moet op dat moment de verschuldigde loonheffingen inhouden en afdragen en kan de eventuele netto-uitkeringen reserveren tot deze door de gerechtigde worden opgevraagd.

Toelichting uiterste tijdstip en redelijke termijn

Een ouderdomspensioen mag niet later in gaan dan op het tijdstip waarop de werknemer of de gewezen werknemer de leeftijd bereikt die vijf jaar hoger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.

Een loonstamrecht mag niet later ingaan dan in het jaar waarin hij de pensioengerechtigde leeftijd, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt.

Een partner- of wezenpensioen mag niet later in gaan dan op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer of gewezen werknemer is overleden dan wel, ingeval de partner of de wees recht heeft op een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, niet later dan op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin dat recht eindigt. Een loonstamrecht ten behoeve van de partner en/of wezen gaat in bij het overlijden van de werknemer of de gewezen werknemer.

 

Onder bepaalde omstandigheden mag een redelijke termijn in acht worden genomen (zie download onder).


Bron: Belastingdienst

Modules & dossiers

Opvoerdatum

25 okt 2018

Laatst gewijzigd

26 okt 2018

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1